Thursday, May 22, 2008

De zin of zinloosheid van straf

Straf leeft! In de samenleving wordt er volop over gesproken. Een paar maanden (dat is: toen ik dit schreef begin 2006) geleden heeft Sonja de J., de moeder van het stelselmatig verwaarloosde Savanah, haar veroordeling gehoord. In de weken ervoor heeft de politiek zich ermee bemoeid omdat het OM in de ogen van politici en burgers een te lage strafeis heeft gedaan. De straf voor Sonja kon volgens de samenleving niet hoog genoeg zijn. De rechtbank was met name over de politieke inmenging ook verbolgen, omdat hoe onterecht ook, het er nu op kan lijken dat de politiek de strafmaat heeft beïnvloed.

Maar hoe zinvol is 6 jaar gevangenschap als het vrijwel zeker is dat Sonja in de herhaling zal vervallen? Daarom heeft ze dan ook TBS gekregen en de behandelaars de opdracht om te voorkomen dat ze weer zwanger wordt. Wat heeft straf voor zo’n situatie zin?

Halverwege 2000 schrokken we op van de moord op het Schiedamse meisje Nienke en de poging tot moord op haar vriendje Maikel. Eigenlijk vrij vlot is Kees B. uit Vlaardingen opgepakt. Nadat Kees B. vier jaar onterecht vast had gezeten, bekende Wik H. de misdrijven. Hoewel het er enige schijn van had dat Kees B. het gedaan had rammelde de bewijslast. Volgens DNA onderzoek was het onwaarschijnlijk en Maikel die een gedetaileerd signalement had opgegeven herkende in hem niet de dader.

Kees B. heeft onterecht vast gezeten voor deze misdrijven. Hij verklaarde er naar uit te kijken om weer in de rij voor de kassa in de supermarkt te kunnen staan. Van die dagelijkse ongemakken die hij heeft moeten missen. Was zijn straf zinloos? Onterecht zeker, maar misschien heeft hij andere inzichten gekregen over zijn leven. Een van de redenen van zijn aanhouding was het feit dat hij al jaren het bewuste park afstruinde als pedofiel. Heeft zijn onterechte straf toch zin gehad?

Tussen de zaken door werd door minister Donner de discussie over huiselijk geweld aangezwengeld. Het moest maar verboden worden dat ouders hun kinderen met een pak voor de broek straffen. Want je kunt blijkbaar van ouders niet verwachten dat ze maat weten te houden. En dat kan dan tot overmatige afranselingen leiden. Natuurlijk.

In spreuken 23:13, 14 staat dat je als ouders je kinderen straf niet moet onthouden. Van een pak slaag gaan ze niet dood, maar je behoedt ze daarmee juist voor kwade en domme dingen. Ergens anders staat meen ik dat wie van zijn kinderen houd ze juist tuchtigt. Immers, als je van je kinderen houd dan wil je toch dat ze goed terecht komen? Dat betekent dan dat je consequenties moet verbinden aan de dingen die ze doen. En als je de consequentie van een pak slaag aan iets stouts verbind maar je voert het bij de overtreding niet uit dan wordt dat zinloos. Kinderen hebben dat snel door. Toen ik die tekst opzocht vond ik het erg opmerkelijk dat het woordje ‘tucht’ uit de Nieuwe Bijbel Vertaling vrijwel is verdwenen. Het is vervangen door het woord ‘onderricht’. Hmmm, zouden de bijbelvertalers hebben ingespeeld op Donner’s discussie?

Straf heeft een doel. En dat doel is corrigeren. Corrigeren van gedrag. Zodra dat doel wegvalt, vervalt de zin van straf. Als je iemand levenslang opsluit, en dan bedoel ik ook tot zijn dood, of als je iemand ter dood veroordeelt, krijgt de veroordeelde geen kans om zichzelf te corrigeren. Dan is het dus eigenlijk geen straf, maar een maatregel ter bescherming van de maatschappij. Goed dat is mijn definitie. Van Dale noemt straf een maatregel ter vergelding van een misdrijf. Kan ook, maar wat wil je daar dan mee bereiken? Is het dan om wraak te sussen?

De bijbel spreekt ook over God die corrigeert, die straft. God die ons lief heeft, die alle mensen lief heeft, corrigeert ons. Over diezelfde God wordt ook gesproken dat Hij mensen veroordeeld die niet voor Hem kiezen. Er wordt gesproken over eeuwige straf. En ik vraag me af: “waar komt dat vandaan?” We geloven in een God van Liefde. Die zegt: “Eens zullen alle knieën zich voor Mij buigen (dat is volgens mij dan wel vrijwillig en niet gedwongen)”. Maar ook in diezelfde God die zegt: “jij hoort niet bij Mij, dus ik wil jou nooit meer zien”?

Van diezelfde God zegt Jezus dat als een vader zijn kind geen stenen voor brood geeft en geen slang voor vis, God ons nog veel meer het goede met ons voor heeft. Nu, als ik niet voor de rest van mijn leven boos kan zijn op mijn kinderen, zou die God dat dan wel kunnen?

Een dergelijk Godsbeeld kwam in de Middeleeuwen natuurlijk erg goed uit, toen de Kerk aan de macht was. Want op die manier kon de samenleving in toom gehouden worden. Ik heb langzamerhand aardig moeite met dat Godsbeeld gekregen en ik denk veel broers en zussen met mij. Helaas is het enorm verankerd in onze kerkelijke traditie.

Hoe zinvol is een eeuwige straf? Ik denk dat die zinvol is als ‘eeuwig’ betekent: ‘een lange maar eindige periode’. Volgens Van Dale betekent ‘eeuwig’: “begin noch eind hebbend”. Maar een eeuwig durende straf moet toch ergens beginnen? Dus waarom zou die dan niet eindigen?

Ik geloof zeker in een veroordeling. En voor velen is straf echt nodig. Maar ik hoop dat ik mijn niet-gelovige vrienden, mensen die ik liefheb maar die (nog) niet Jezus als redder kennen, uiteindelijk bij God mag ontmoeten. En ik geloof dat de tijd die we daarna mogen mee maken, wel eindeloos is! Want dan namelijk, is God’s doel bereikt!

Groet,
Martien

Het Begin en het Einde: Digitaal of Analoog?

“En arche èn ho logos kai ho logos èn pros ton theon kai theos èn ho Logos.”
De gymnasiasten onder ons herkennen dit natuurlijk meteen als een stukje Grieks. Voor een eenvoudige Havist als ik is het vrij nieuw. Ik ben er deze winter ben ik er voorzichtig mee begonnen. De ontdekking van wat er nu werkelijk staat maakt mij enthousiast. Als je in Engels-talige films en series focust op de ondertiteling dan mis je vaak veel taalgrappen. En zo ontdek ik dat de source-code van onze Bijbel een schat aan diepere gedachten herbergt. Die we missen als we ons uitsluitend op de ons ter beschikking staande vertalingen baseren.

Het bovenstaande stukje is ons in de NBV bekend als:
”1 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.
2 Het was in het begin bij God.”
De rechtgeaarde Gereformeerde zowel als de bijbelgetrouwe Evangelische, als ook de filosofische Refogelische als ik, herkent dit als Johannes 1. Een geweldig diepe tekst, die Johannes schreef om het evangelie van Jezus uit te dragen aan de Grieken.

Als ik een begin als boven lees dan vraag ik altijd meteen af: “welk begin”? Ik ben dan wel een Havist, ofwel iemand van de Havo, maar dan wel een Beta-man.
Waarom ik me afvraag om welk begin het gaat? Je denkt natuurlijk meteen aan de schepping, Genesis 1. Johannes begon hiermee echter zijn verhaal aan de Grieken. Zij kenden Genesis 1 niet. En hij moest hun taal spreken.
In de Griekse tekst staat er echter geen lidwoord. En als er geen lidwoord staat dan is het onbepaald en plaatsen we er in het Nederlands normaal gesproken ons onbepaald lidwoord tussen: “een”. We hebben het hier dus over “een begin”. En dat lijkt me voor de Grieken ook logischer.

Een ander stukje dat opvalt is “het Woord”. Beetje lastig in dit geval is dat in ons Nederlands “het Woord” onzijdig is. Terwijl Logos in het Grieks mannelijk is en wij meteen weten op Wie het slaat. Mijn “leraar Grieks” legde me uit dat Logos voor de Grieken een bekende Godheid was die alles beheerste en had gemaakt. Typisch, hè? Je moet de Logos dus niet verwarren met de onbekende god waar Paulus het over had toen hij in Athene was. Wij zien in de Logos meteen Jezus Christus die we kennen als Zoon van God maar ook als “uitvoerder/aannemer” in opdracht van de Vader, de “architect”. De Grieken kende Jezus Christus eigenlijk al nog voordat Johannes zijn evangelie schreef. Johannes sluit bij hun belevingswereld aan en zegt eigenlijk: “de Logos, die jullie al kennen, laat ik je daar eens wat meer van vertellen”. Dus je zou het eigenlijk onvertaald moeten laten: “In een begin was de Logos”.

Jezus was bij God. Da’s denk ik waar. Toch is daar niet alles mee gezegd. Want wat heb je aan die informatie? Wat was hun onderlinge verhouding dan? Het Grieks kent net als het Duits naamvallen. En het stukje Grieks: “kai ho logos en pros ton theon”: wordt vertaald ald “en het Woord was bij God”, alsof het in de derde naamval (datief) staat. En dat houdt een rust-situatie in. Maar het staat eigenlijk in de vierde naamval (accusatief), wat een actievere houding aangeeft. En dan betekent het “gericht zijn op”. De Logos was gericht op God. Dat is hun verhouding. Dat is de houding van Jezus naar God. Gericht zijn op God, op wat Zijn plannen zijn. Jezus is daar de uitvoerder van. De schepping, de komst naar de wereld (kosmos), zijn dood en opstanding, zijn hemelvaart en straks in de toekomende twee Wereldtijden (aionas) de voleiding.

Jezus was/is ook god. Er wordt daarmee uiteraard niet bedoeld dat het om een en dezelfde god gaat. Alsof Jezus en Vader een en dezelfde zijn. Voor de programmeurs onder ons: ze zijn van dezelfde Klasse, maar een verschillende Object Instantie. Voor de niet-programmeurs: van hetzelfde type, maar een ander voorkomen. Ze hebben allebei een andere positie. De Vader die alles bedenkt en opzet, de Zoon die gericht op de Vader, Zijn Wil en Raadsbesluit uitvoert.
Bij het “gericht zijn op” kun je denken aan Johannes 15: “de ware wijnstok”. Zoals wij aan de wijnstok moeten hangen om gevoed te worden, zo staat de wijnstok in de aarde. Maar volgens mij kun je ook zeggen dat als je gericht bent op iemand, dan zet je je in voor dat wat die voor die ander belangrijk is. Waar hij voor gaat, wat zijn doel is. Daar maak je je sterk voor.

Deze Logos, onze Here Jezus Christus, zegt in Openbaringen 22:13: Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde (“arche kai telos”). Dit vind ik zelf nog al erg kort door de bocht vertaald. Want zo staat het er wel erg binair of digitaal: als of er voor Jezus Christus niets was, en dat er eens een Einde komt waar na er niets meer is. Het begint ergens en het houdt ergens op. Maar ook hier staat er niet precies wat er vertaald is. Hier ontbreken in de grondtekst de lidwoorden:. Het woordje “arche” kan behalve een plaats of tijds-aanduiding ook “oorzaak” of “beginner” betekenen. Maar ook “voorgaan” of “aan het hoofd gaan” of zelfs “leiden/regeren”. Dus je zou ook kunnen zeggen dat Jezus hier zegt dat hij de “beginner’, “voorgaander” of zelfs “schepper” is. Jezus is niet zomaar een startpunt: Hij gaat voor, initieert, heeft het in zijn hand. Dan is het ineens niet meer zo binair.
En het woordje “telos” is niet zomaar “einde”, maar betekent meer “voleinding” of “doel”. Dus een einde dat je nastreeft, waar je naar toe werkt. En vandaar gaat het in die situatie verder. Jezus is die voleiding net als dat Hij die initiator is. En Hij volvoert het tot dat we in de voleiding zijn en vandaar verder mogen gaan. Het houdt dus niet op na het einde! En dus is het ook hier niet meer zo digitaal. Jezus werkt analoog aan de plannen van God naar een doel toe. Hij is de Initiator. En God die niet laat varen het werk van zijn Hand, gaat met Jezus door tot aan de voleinding. En dan draagt Jezus zijn Koningschap over aan de Vader, waarna God alles in allen zal zijn (1 Kor 15:28): een nieuw begin.

Laten wij net als Jezus gericht zijn op God, want Hij wil ook ons betrekken in zijn plan naar die voleinding. Hoe? Probeer dat maar eens met Hem uit te vinden.

Abraham ontmoet God

Je leert een leuke meid of jongen kennen en er ontstaat een liefde. Wat ga je dan doen? Uiteraard wil je zo vaak mogelijk bij elkaar zijn. Je leert elkaar kennen, ontdekt wat je allebei leuk vindt. Maar als de liefde dieper wordt dan raak je meer gericht op die ander. Je wilt ontdekken wat die ander belangrijk vindt, wat die ander drijft. Want je wilt die ander tot zijn of haar doel, bestemming of recht laten komen. Tenminste, dat is in een gezonde liefdesrelatie. Het is immers niet zo handig als je een relatie krijgt met iemand die voor ogen heeft om zendeling in diep, donker Afrika te worden, terwijl je zelf bezig bent om wetenschapper op een laboratorium in een vooraanstaande Universiteit te worden. Je hebt zelfs al geïnvesteerd in de bijbehorende garderobe: de sokken-la ligt al vol met geitenwollen exemplaren. Zelf heb ik ooit eens meegemaakt dat een verkering uit ging omdat ik niet “maatschappijkritisch” genoeg was. Je ziet: in een gezonde relatie is het belangrijk en interessant, maar ook spannend, om te ontdekken waar het die ander omgaat. Om daar dan in betrokken te raken en samen die weg te gaan.

Als oprechte christenen willen we een relatie opbouwen met onze Heer. We geloven en weten dat Hij dat ook wil. Hij wil betrokken worden in ons leven, dat wij Hem daar in betrekken. En Hij wil ons daarin zegenen, toch? Merk je dat als ik deze waarheid zo neerzet, dat die relatie dan gericht is op ons mensen? Dat wij tot ons recht komen en dat wij ons doel halen? Maar waar gaat het God nu om? Wat zijn Zijn plannen en waar werkt Hij nu naar toe? En waar wil Hij ons bij betrekken? Heb je jezelf dat wel eens afgevraagd? Of beter: heb je Hem dat wel eens gevraagd?

Abraham was een man die zich door God liet uitdagen om betrokken te raken bij Gods wereld-plannen. Plannen die de wereld-tijden omvatten. Hoe dat in zijn werk ging kun je bijvoorbeeld lezen in Genesis 18: 16-33, waar God met Abraham in gesprek ging over Sodom en Gomorra. Een overbekend maar opmerkelijk verhaal als je het mij vraagt, waar ik hier en daar wel wat vraagtekens bij heb.

Het eerste wat opvalt is dat God het initiatief nam. Hij ging naar Abraham toe om Abraham bij zijn plannen omtrent Sodom en Gomorra te betrekken, omdat Hij met hem verder wilde gaan. Abraham moest de weg die God zou wijzen doorgeven aan zijn nakomelingen. God wees de weg aan Abraham en hij onderwees diezelfde weg aan zijn nakomelingen.

Wat bij mij vervolgens met een nog groter zwaailicht en sirenes opvalt is Gods opmerking dat Hij naar Sodom en Gomorra wil gaan om te onderzoeken of de beschuldigingen waar zijn die tegen die steden zijn geuit. Weet Hij dat dan niet? Hij is toch de almachtige en alomtegenwoordige God die alles in Zijn hand heeft? De retoriek lijkt me duidelijk.

Stel je eens voor dat God had gezegd: “Abraham, die mensen daar maken er een zooitje van: Ik ga die steden verwoesten.”. Dan had Abraham kunnen zeggen: “Okee. Bedankt dat U het mij laat weten. Vervelend, maar succes.”. God bood Abraham echter een opening om met Hem in gesprek te gaan.

Je zou ook kunnen zeggen dat God hier antropomorfisch handelde. Een moeilijk woord, dat inhoudt dat God zichzelf als een mens representeert. Naar de mens gesproken, kun je zeggen dat God zichzelf hier weerspiegelt als iemand die de rechtmatigheid van zijn voornemen gaat vaststellen.

Abraham ging in op Gods uitnodiging en beriep zich op God’s rechtvaardigheid, Zijn Tsedeka, om in de bres te springen voor de onschuldigen. Tsedeka is het Hebreeuwse woord dat wordt vertaald met rechtvaardigheid. Het betekent echter veel meer dan dat: het betekent zoiets als “meer doen dan van je verwacht kan worden”. De tweede mijl gaan, en eventueel een derde. Vervolgens ging Abraham met God in “onderhandeling”. Maar is dat werkelijk zo? Laat God met zich onderhandelen? En Abraham zette zichzelf overigens ten opzichte van God op de juiste plaats: hij rekende zichzelf tot “niets dan stof”. Hoewel Abraham voor ons een groot man was, is hij toch mens. Dus wie is hij dat hij tegen God in kon gaan? En, sorry dat ik ondeugende vragen stel, is het niet zwak van God dat Hij zijn plannen af laat hangen van een mens? Is dat eigenlijk ook wel zo? En als er nu toch 45 rechtvaardigen waren, en Abraham was niet op Gods uitnodiging ingegaan, had God dan Sodom verwoest? Of wìst God dat er toch niet zoveel rechtvaardigen waren en kon Hij “veilig onderhandelen”?

Ik denk dat Abraham hier laat zien dat hij door heeft wat er in Gods hart is. Dat God geen onrechtvaardigen verloren laat gaan. En Abraham berust daar ook niet in. Abraham denkt met God mee en beroept zich dan ook op het karakter van God.

Maar Sodom en Gomorra dan? Is het daarmee afgedaan? Opgeruimd staat netjes? Als je uitzicht wilt hebben op Sodom en Gomorra, moet je maar eens naar de Dode Zee gaan. Daaronder liggen die steden. Een grote zout boel. Je zou zeggen dat daar weinig hoop is.

Toch moet je maar eens lezen in Ezechiël 16 vanaf vers 53. Daar staat dat Sodom en haar dochters hersteld gaan worden! Hoe kan dat nu? God is echt een Tsadiek! God gaat ons rechtvaardigheidsgevoel ver te boven. Na oordeel komt hier herstel voor Sodom. Net als dat God ooit Jeruzalem en haar dochters gaat herstellen. Weliswaar door schaamte en schande heen. Maar dat is de loutering, de rechtvaardiging waar Jeruzalem, maar ook wij, doorheen moeten. Na oordeel komt genade!

En Abraham snapte dat. Volgens Jezus (Johannes 8:56) heeft Abraham zicht gehad op zijn komst en zich daarin verheugd.

Snap je waarom ik onze geweldige God beter wil leren kennen? Hij heeft een plan waarin Hij ons wil betrekken. Als geestelijke nakomelingen van Abraham. En reken maar dat God de tweede mijl gaat. En een derde... en als het moet een vierde... en eventueel .... Maar Zijn doel bereiken zal Hij. En daar wil ik bij zijn.


(dit onder de motto's: laat ik mijn oudere artikelen ook eens plaatsen en het is weer tijd voor een update).

Sunday, March 23, 2008

De scheppingskracht van Gods Woord

Waarin zit de scheppingskracht van God? Een rare vraag misschien? Wellicht ook volstrekt irrelevant. Toch was dat de insteek van een grappige discussie die ik laatst met een vriend had. Tenminste: ik vond hem wel grappig. Het gesprek ontstond door een opmerking van hem, waarin hij zei dat hij vernomen had dat het mogelijk was om door middel van geluidsgolven licht te laten ontstaan in materie. Je laat geluidsgolven los op materie, laten we zeggen een bepaalde vorm van plasma, een gel-achtige substansie en dat levert dan licht op. Voor hem was dat een aanwijzing dat woorden dus scheppingskracht konden hebben. Dat daarmee Genesis 1 zo inderdaad een stuk aannemelijker is.

Ik heb vroeger Technische Natuurkunde op de Technische Hogeschool (voorheen HTS) gestudeerd. Het verschijnsel dat ik hierboven schets ken ik niet. Wel lijkt het op een eigenschap die stoffen als robijn (en dan niet het schattige wasmiddelbeertje) hebben. Wanneer je met holle spiegels licht door robijn heen en weer kaatst dan ketsen de lichtdeeltjes (fotonen) tegen de robijn-atomen. Een specifieke frequentie van die fotonen zorgt ervoor dat bij het absorberen van zo'n foton het atoom er even later 2 uitzendt. Dus robijn absobeert er 1 en zendt er 2 uit. Zo fungeert robijn voor die specifieke frequentie als een licht versterker. Wanneer je nu een fractie van dat licht aan 1 kant doorlaat (1 van die holle spiegels is een heel klein beetje licht doorlatend) en je bundelt dat door een aantal lenzen tot een mooie dunne straal monochromatisch licht dan heb je een laser.

Of dit met geluid ook kan, betwijfel ik enigszins. Daarbij heeft geluid ook materie - een stof - nodig om zich te kunnen verplaatsen. Dat kan een metaal zijn. Zo legden Indianen hun oor op een spoorstaaf om te horen of er een trein aan komt. Dat heb ik uit betrouwbare bronnen: mijn Arendsoog (J. en P. Nowee), Old Shatterhand en Winnetou (Karl May) boeken, dus dat kan haast geen mythe zijn (voer voor de myth-busters). Maar voor het dagelijksgebruik hebben we daarvoor onze atmosfeer, de lucht. En dat brengt me op het volgende. Zoals wijlen Arthur C. Clark (science fiction) al zei: “op de maan kan niemand je horen gillen”. Waarom niet? Omdat er op de maan geen atmosfeer is, geen lucht. Geluid komt daar dus niet ver. Dat zou betekenen dat God op de maan geen scheppingskracht zou hebben. Het zou dan ook uiterst onverstandig zijn om boven op een berg een genezingsdienst te organiseren. Want de lucht is daar ijler, geluid draagt minder ver, is minder intensief. Het is daarom dan wellicht ook aan te bevelen om op de weerberichten te letten. Een genezingsdienst in een hogedruk gebied is misschien krachtiger dan bij een depressie.

Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat God beperkt is tot deze natuurkundige verschijnselen. God is immers ook de grondlegger van deze natuurkundige principes. Dus zijn scheppingskracht kan nauwelijks in de natuurkundige verschijningsvormen zitten waarmee zijn woorden worden overgedragen. En waarmee wij genezing trachten af te roepen en/of smeken over onze zieken.

Het moet hem dus meer zitten in de Geestelijke Waarheid van die woorden zitten.

Wie of wat is die Geestelijke Waarheid dan? Ik denk Degene die zegt dat Hij de Waarheid is. Het is namelijk Degene die Johannes in Johannes 1, de Logos noemt. In een eerder artikel heb ik al eens uitgelegd dat Johannes daarmee de Grieken aansprak. Zij kenden de Logos namelijk als een god die alles schiep en die de schepping in zijn hand hield. Iemand anders dan de Oppergod. Johannes gaf aan dat de Grieken niet zover van de Waarheid afwaren. Want die Logos, die god, is in Jezus mens geworden. Je begeeft je dan ook enigszins op glad ijs wanneer je het Logos vertaalt met “woord”. Want dan wordt het een abstract begrip (woord is in het Nederlands ook onzijdig). Terwijl Logos een naam is. De naam van een god. Laat ik dat hier ook eens neerleggen. Johannes noemt de Logos (Jezus dus) god. In Johannes 1 zegt hij namelijk dat de Logos god was. Daarin zit meteen een interpretatie probleem. Want hij zegt niet dat Jezus en God dezelfde eenheid zijn. Hij zegt dat God god is en Jezus is ook god.

Er was eens in een dorpje een bakker. Wanneer je hem tegenkwam zei je: mogge Bakker. Wanneer je hem sms-t dan tikje: “Goeiemoggel Bakker, 1 kiklo meelk”. Dat was de bakker. Maar hij had ook een zoon, en die ging na de kokschool te hebben doorlopen bij zijn vader in de zaak werken. Zijn vader was de bakker. En omdat hij een diploma van de bakkerschool had, was hij dus ook bakker. Maar als je het over de bakker hebt, dan heb je het nog steeds over zijn vader. Het is belangrijk die twee uit elkaar te houden. Al zal de zoon de boodschap ook wel aan de vader overbrengen. Want ze werken allebei aan dezelfde zaak.

Zo is Jezus niet dezelfde als God de Vader. Jezus was wel god. Maar Jezus heeft volgens Johannes, maar ook volgens Paulus in Filipenzen 2, zijn god-heid afgelegd. Hij is mens geworden. Volledig, 100% mens. Wel een mens zoals God Hem ooit bedoeld had. Een tweede Adam. Jezus was dan ook “hiou tou anthropou: zoon van de mens”. Een woordgrapje want Adam betekent immers ook “mens”.

Maar niet meer dan dat. Jezus heeft voor of bij zijn verwekking zijn godzijn achter zich gelaten.

Gelukkig is het daar niet bij gebleven. Want Jezus is na zijn dood opgestaan. Daar heeft Hij, nog steeds mens, een verheerlijkt lichaam gekregen. En zo is Hij heen gegaan. Zoals in Filipenzen 2 staat is Hij vervolgens door God boven alles gesteld. Maar we zullen Hem denk ik weer terug zien als Mens met de tekenen van zijn offer nog zichtbaar. Gaaf is dat, als je er over nadenkt. Want God zal voorkomen dat we dat offer vergeten. Het zal dan ook zichtbaar zijn voor die mensen die Hem nog niet hebben aangenomen. “Ze zullen zien die ze gekruizigd hebben”. Misschien mogen ze Hem wel aanraken. Als dat helpt om ze over de streep te krijgen. Ik denk tot dat de laatste over de streep is. Zodat uiteindelijk de laatste vijand volledig zijn “prikkel” kwijt is: de dood.

Zodat uiteindelijk de overwinning door het offer van de Zoon van de Mens groter blijkt dan de zonde van Adam 1. Geweldig toch?

Groet,
Martien

Ps. sorry voor de technische, irrelevante introductie. Vergeet die maar gauw.

Saturday, January 19, 2008

Jezus, de Zoon van...

Het was de zondag na kerst dat mijn oog tijdens de schriftlezing viel op Lucas 3:23-38 - “Geslachtslijst van Jezus”. Meestal lezen we over dit soort delen heen. We vinden ze saai en wat kan er ook eigenlijk in staan? Wat wordt je daar nu wijzer van. Net zoals we de wetten in Leviticus en de bouw-beschrijvingen van de artikelen in de tempel links laten liggen.

Toch staan ze in de bijbel. En waarschijnlijk ook om ons iets duidelijk te maken. Dus voor de grap sla ik ze eens een keer niet over. In dit geval heb ik zelfs het Grieks er bij gepakt. En ik vond het nou eens werkelijk grappig om te lezen. We komen er namelijk een paar namen van Jezus tegen.

Het begint met de verkondiging dat Jezus zijn “carriere” begon op ongeveer dertig jarige leeftijd. Vervolgens staat er zoiets als dat Hij is bekend geworden als de zoon van Jozef. Ik heb wat geworsteld met het werkwoord dat er staat wat betekent “bekend geworden”. In de NBV is dat vertaald met “algemeen aangenomen”. Hij was niet de natuurlijke zoon van Jozef. Immers, we geloven dat Jezus is verwekt bij Maria door de Heilige Geest. Voor de Oosterling is het genoeg dat Jozef Hem als zoon heeft aangenomen. Dus dat “algemeen aangenomen”, vind ik wat te vaag. Het gaat hier wat verder dan dat Jezus door Jozef in huis is genomen en dat men veronderstelde dat Jozef wel de vader zou zijn. Nee, Jezus is door Jozef echt geadopteerd en als zoon aangenomen en daarmee opgenomen in de geslachtslijn.

Overigens was zijn natuurlijke moeder Maria ook Judeese en het is niet geheel onwaarschijnlijk (al heb ik dat niet geverifieerd) dat ook zij een nazaat was van David. Hoe dan ook, voor het vervolg van mijn verhaal doet het weinig af.

Het stuk gaat verder met dat Jozef zoon was van Eli, de zoon van Mattat, de zoon van Melchi, en zo verder. Veel namen die mij niet veel zeggen. Maar lees nu eens stug door en je komt langs het rijtje: “... de zoon van Natan, de zoon van David, 32 de zoon van Isaï, de zoon van Obed, de zoon van Boaz, ... ”.

Hé, die kennen we. We komen daar de eerste naam van Jezus tegen: zoon van David. Daarom is het wel belangrijk wat ik eerder vertelde: want doordat Jozef Jezus als zoon aan nam, wordt volgens deze geslachtslijn Jezus opgenomen in het nageslacht van David. Daarmee wordt door Jezus het koningschap van David hersteld. En blijkbaar was die lijn via Davids zoon Natan. Ik zou verwacht hebben dat Salomo in de lijn was opgenomen. Dus daar leren we weer wat van. Natan was een van de zonen van David die net als Salomo die in Jeruzalem is geboren (2 Sam 5).

Lezen we verder dan zien we dat Jezus de zoon was van Arni (niet die van GTST), en vervolgens “... , de zoon van Juda, 34 de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor, ...”. Hé, die kennen we ook. We zien hier de Judeese afkomst. Jezus was dus echt een Jood, een zoon van Jakob, Isaak en Abraham. Zo zijn wij in Jezus ook de geestelijke nakomelingen van Abraham. Ook wel uitgelegd als het nageslacht dat zal zijn “als de sterren”.

Nog een stukje verder lezend komen we uit op: “..., de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech, 37 de zoon van Metuselach, de zoon van Henoch, ...”. Nou, die kennen we ook. Wel logisch want bij Noach komt iedereen samen. Wel kun je hier ook uit opmaken dat de lijn vanuit Noach via zijn Zoon Sem door gaat. Over Lamech, Metuselach en Henoch kun je in Genesis ook wat verder lezen.

Tenslotte kom je met misschien je laatste restje lezers-adem uit op “..., de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.”. En daar wordt het helemaal interessant. We zien hier de dat Jezus via Set de zoon van Adam is. Eerder heb ik al eens geschreven over de naam van Jezus die we kennen als “de mensenzoon” of “de zoon des mensen”. Maar de tekstplaatsen die ik daar van ken zijn correcter te vertalen met “de zoon van de mens”. En dat is “grondtekstelijk” helemaal in lijn met dit geslachts register. Helemaal als je bedenkt dat “Adam” mens betekent. (Gen. 5:1 - “Toen God Adam schiep, de mens, maakte hij hem zo dat hij leek op God. “. Zo zien we dat Jezus de Zoon van de Mens is. Met de verwijzing “zoon van de mens” kon ook eigenlijk alleen maar Adam bedoeld worden. Verder vind ik het interessant om te zien dat Adam hier zoon van God wordt genoemd. De geslachtslijn volgend is Jezus via Adam Zoon van God, als ook via de verwekking door de Heilige Geest. Bijzonder hè?

Zo kan Jezus helemaal volledig het herstellende werk als “zoon van de mens” als “de tweede Adam” volbrengen. En krijgen we via Hem het recht om “kinderen van God” genoemd worden. Het is aan ons om dan ook op te groeien tot volwaardige Zonen van God. Hoe we dat doen? Nou wat dacht je van:

  • Wandelen met God, zoals Jezus' vader Henoch dat deed. Een lekker evangelische uitspraak die je wat mij betreft zelf verder mag invullen.

  • Bestuderen van God's woord (niet te verwarren met de Logos, een van Jezus' andere namen) en laten we dan zo'n leuk geslachtsregister niet overslaan....

  • Bij bestuderen hoort ook bediscussieren, van gedachten wisselen. Laten we dat op een Joodse manier doen: als broeders (en zusters) elkaars gedachten aanhoren en afwegen zonder elkaar te verketteren.

Dus, broer en zus in de Heer, kom gerust maar eens een bakkie doen.

Groet,
Martien van den Akker


Het bloed van de mens

Ik herinner mij een poster waarop alle namen van Jezus staan. Eén ervan is een bijzondere: “Zoon des mensen” of ook wel vertaald als “Mensenzoon”. Ik heb die titel zelf eigenlijk nooit goed begrepen. Jij wel? Waarom geeft Jezus zichzelf deze naam? Want als ik eerlijk ben: ik ben ook de zoon van mensen. Ik ben immers een mens en mijn vader en moeder ook. Al zouden sommige mensen durven beweren dat we “apen-zonen” zijn. Wat is er dan zo speciaal aan die naam dat Jezus die aan zichzelf gaf? Met wat fantasie kan ik er niet veel meer van maken dat Hij niet zomaar een mensenzoon was. Maar een mens zoals God die oorspronkelijk bedoeld had. Dè mens. Of om nadruk te leggen op het feit dat Hij niet alleen zoon van God was, maar juist zijn Goddelijkheid heeft afgelegd. Maar een echte theologische uitleg heb ik nog niet gehoord.

Begrepen de mensen om Hem heen het wel? Als je de tekstplaatsen op zoekt, dan blijkt dat in de meeste gevallen dat niet echt het geval is. In Mattheus 16 en 17 komt de naam 6 keer voor. De meeste keren is er niet echt een reactie. Bij de vraag ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’ (Mat 16:13) is het antwoord: “Johannes de Doper, Elia, Jeremia of een andere profeet”. De discipelen weten dan waarschijnlijk wel dat Jezus zichzelf bedoeld, maar bij de vraag aan hen, gebruikt hij die term weer niet. Lastig. Hadden ze het kunnen weten? Ik bedoel: Jezus sprak wel in raadselen, maar dan wel zo dat de mensen om Hem heen met een beetje nadenken het wel hadden kunnen bedenken. En dan moeten wij het toch ook kunnen snappen?

De term mensenzoon zullen ze vermoedelijk niet hebben gesnapt, net zo min als wij. En ik vermoed omdat het er eigenlijk niet staat! Wat er eigenlijk staat (en ik gebruik maar voor het gemak de Nederlandse letters) is: “Ton Hion tou anthropou”. Of te wel: “de Zoon van de mens” (3e persoon enkelvoud met lidwoord). Wie zou die “de mens” dan kunnen zijn? Nou eigenlijk kan er maar een zijn: “Adam”. De eerste mens. En als Jezus zichzelf de Zoon van Adam noemt, dan doelt Hij daarmee dat Hij de tweede Adam is. Hij maakt volkomen wat er met Adam onvolkomen was.

En deze term hadden de mensen om Jezus heen wel kunnen begrijpen. Hiermee maakt Jezus expliciet dat hij de beloofde Messias was. Degene die alles nieuw zou maken. En ja, dat is, ook voor de joden door de eeuwen heen, helaas lastig te accepteren. Het brengt ons bij de Jezus waarover het in 1 Kor. 15:22 gaat: “ Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.” En dat begrijp ik dan ook wel. Dan komt het bij mij weer op zijn plek.

Opmerkelijk vind ik eigenlijk ook wel dat Jezus juist deze naam vooral ook gebruikt in de aankondiging van zijn Lijden. Is dat belangrijk dan? Ik denk het wel. Het heeft denk ik iets te maken met de bovengenomende tekst. Namelijk, dat Jezus een “eersteling, een eerstgeborene is”.

Maar hoe werkt dat dan?

In het oude testament vloeide er nogal wat bloed met alle offers die aan God werden gedaan. In de Wet staan daar ook allerlei aanwijzingen voor. Is God dan zo bloed-eisend? Het is wel een moeite die mensen hebben met God. En als je leest wat Salomo aan dieren heeft “geslacht” bij de wijding van de Tempel, dan kun je ze haast geen ongelijk geven. Maar het gaat God denk ik niet om bloed op zich. In de bijbel staat bloed voor Leven. Vandaar dat de Joden geen bloed mogen eten. God wil toewijding van ons, Hij wil ons leven, liefde. Zonder die toewijding, zonder onze liefde, walgt Hij van die offers.

Je zou kunnen zeggen dat met dat plaatsvervangend bloed we ons leven toewijden. Maar het kan pas echt als we ons leven echt geven, dus niet plaatsvervangend. Of....

Waarom werden bij één van de Egyptische plagen alle eerst geboren jongens gedood? Omdat de eerstgeborene de rest vertegenwoordigt. Dus met het sterven van de eerste sterft, in hem eigenlijk ook de rest. En dat is dus de truuk van God. Jezus is de Zoon van de Mens, maar dan de eerste die echt was zoals God de mens bedoeld heeft. En Hij vertegenwoordigt dan ook alle andere kinderen van Adam (volgens mij niemand uitgezonderd). Dus in Zijn 100% toewijding, Zijn 100% Liefde, worden wij meegenomen. Goed hè?

Daarom kan Paulus ook Ef. 4 schrijven: “22 Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.” Die nieuwe mens, dat is de mens die staat onder de invloed van het “eerstgeboren” zijn van Jezus. We trekken Adam uit en trekken Jezus aan, logisch toch? Jezus, de eerstgeborene die echt geschapen is naar Gods bedoeling en leefde voor Gods Doel, om ons tot verzoening met Hem te brengen.

Wees dus ook een Nieuwe broer en zus van onze Heer. Want met het aantrekken van die nieuwe mens begint Hij steeds meer door ons heen zichtbaar te worden.

Friday, January 18, 2008

Wetenschap vs. Christus

Ik kreeg zojuist een leuke verhandeling toegemaild dat ik via google onder anderen terug vond op:
http://www.cwowfoundation.org/Science-Christ.html.
Aangezien ik zelf Technische Natuurkunde heb gestudeerd en ook wel fylosofisch ben aangelegd spreken de afwegingen mij wel aan. Toch heb ik er wel wat aan toe te voegen.

Er worden namelijk nogal wat on uitgesproken aannames gedaan.

Zoals zoveel westerlingen inclusief veel christenen gaat de professor er van uit van het onherroepelijke en definitieve einde van dit tijdperk en de absolute oneindigheid van het daarna komende tijdperk. Of je nu wel of niet in Jezus gelooft, er komt een eind aan dit leven. Voor zover ik weet is er geen mens of dier bekend die meer dan 150 jaar oud is en maar niet dood gaat. Voor Christenen is Jezus terugkeer ook een markering van het einde van een tijdperk, waarna een nieuwe begint. Maar volgens de bijbel komen er na dit tijdperk (tot Jezus' terug komst) minimaal nog twee tijdperken, waarvan over de eindigheid van de laatste (voor zover ik weet) niets bekend is. Daarover kun je in Openbaringen 19 - 22 meer lezen.

Daarbij wordt er verder vanuit gegaan dat alles wat in dit tijdperk hersteld is een toekomst heeft in het volgend tijdperk, maar alles wat in dit tijdperk niet wordt hersteld is ook definitief verloren is. Maar is God beperkt tot een bepaald tijdperk? Het is mij ook niet bekend dat Gods werk tot een bepaalde tijdperk beperkt is. Als het gaat om Gods verzoenings werk is de enige beperking die ik ken "En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren."(1 Korintiërs 15:28).

Ook wordt er vanuit gegaan dat al het "herstelwerk" moet plaatsvinden in dit leven, in dit tijdperk. Wie zegt dat de broer van de professor niet is genezen van kanker? Dat is hij niet als je uitgaat van het definitieve van dit leven en dat het het genezen zijn of niet beperkt wordt door dit leven. Maar is God niet een God van de levenden en de doden? Is hij niet de God van de gezonden en de zieken? Misschien mogen we wel veronderstellen dat God de broer van de professor genezen heeft door hem tot Zich te roepen. Is dat niet de ultieme genezing? Immers, we mogen toch geloven dat we na dit leven een verheerlijkt lichaam krijgen?

Tenslotte (alhoewel ik misschien nog wel e.e.a. laat liggen) wordt er door de professor er van uit gegaan, maar ook door de student dat we alles kunnen meten. Ten minste, de argumenten zijn daarop gebaseerd. Maar als je ergens een thermometer in steekt, heb je uitwisseling van energie. De thermometer neemt de temperatuur aan van het object waarvan je de temperatuur wilt meten. Dat betekent dat er energie overdracht is waardoor het te meten object een ietsepietsie kouder wordt en de thermometer warmer. Als je licht meet beinvloedt je de omgeving ook, immers de fotonen waar het licht uit bestaat vang je op in een fotocel, CCD-chip of ander licht-gevoelige-sensor. Die zet het licht om in electrische energie (een van de wetten van thermodynamica zegt dat er altijd energie verlies is in de vorm van warmte) en dat wordt dan weer gemeten. Maakt dat uit? Nou over het algemeen niet, tot dat je afdaalt tot de zelfde grootte orde als de energie overdracht van het te meten object naar de thermometer. Of als je afzonderlijke fotonen wilt tellen. Als je dus op het niveau van de Quantummechanica gaat zitten. Dan loop je tegen de grenzen aan van wat je kunt meten. Maar als we veronderstellen dat er een God is, laten we die dan beperkt zijn door de grenzen van de Quantummechanica? We veronderstellen toch ook dat Hij die juist gemaakt heeft? Dus als we God niet kunnen meten betekent dat dan dat Hij er niet is? Een wet uit de Quantummechanica die me nog enigszins is bijgebleven is de Onzekerheidstheorie van Heisenberg (corrigeer me als ik er naast zit): je kunt van een deeltje niet zowel precies weten waar het is als ook precies weten hoe snel het gaat. Het is een van beiden. Immers als je een deeltje meet moet je het deeltje beschieten met een ander deeltje of foton van dezelfde grootte orde en daarmee beinvloed je impliciet je meting.

Kortom, er worden nogal wat aannames gedaan. Dat is niet erg. Zolang je er maar eerlijk over bent. Je aannames en uitgangspunten geven de grenzen van je theorie aan. En eerlijk zijn daarover maakt je als wetenschapper krachtig en sterk.

Dat spreekt me aan in Darwin. En dat is nu net de reden dat ik het over mijn hart kon halen om me aan te sluiten bij het bedrijf Darwin-it professionals. Ook al geloof ik wel in evolutie maar niet in de evolutie theorie.