Showing posts with label kerkblad. Show all posts
Showing posts with label kerkblad. Show all posts

Saturday, November 2, 2013

Vissers èn jagers hebben de toekomst

Laatst las ik Jeremia 16, in mijn persoonlijke project ‘Kaft-tot-Kaft-Versie HSV’. Jeremia is geen vrolijk boek, en hoofdstuk 16 is in eerste instantie geen uitzondering. Jeremia krijgt de opdracht om in zijn leven de boosheid van God uit te werken. Hij mocht niet trouwen en kinderen krijgen in het land, niet mee rouwen of feestvieren. Dit alles omdat God klaar was met Israël. Israël was ontrouw, ging andere goden achterna en het is he-le-maal over. Niets meer aan te doen.

Wat mij trof was in vers 7 de stelling: “Niemand zal voor hen die rouwen brood breken om hen te troosten, niemand zal hun als troost een beker aanreiken, zelfs al rouwen ze om hun vader of moeder. ” Wat mij trof was dat voor zover ik me kan herinneren dit de eerste plaats in de bijbel is waar wordt gesproken over het breken van brood. In Exodus 12 en Deuteronomium 16 lees je over de instelling van het paasfeest (Pesach). Maar daar wordt alleen gesproken over het eten van ongezuurde broden. Later is daar blijkbaar het ritueel van het breken van brood bijgekomen.

Bij het breken van het brood denk ik in eerste instantie aan het laatste avondmaal, waarin Jezus het brood breekt met zijn vrienden. Koppelend aan Jeremia 16 is het opvallend, dat men het brood blijkbaar brak met rouwenden, die een dierbare hebben verloren. Maar Jezus leefde nog en hij koppelde het brood expliciet aan zijn eigen lichaam, dat hij over gaf. Ook lees ik in Exodus en Deuteronomium niets over het drinken van wijn. Maar volgens deze tekst in Jeremia is dit blijkbaar wel gekoppeld aan het rouwen. Nu is Pesach wel een herdenkingsfeest, waarin men terugdenkt aan verdrukking en de bevrijding viert. Maar dat werd Jeremia nu expliciet verboden, want God was niet meer van plan medelijden met Israël te hebben. Hij zou hen geen genade bewijzen. Over en uit. Zou je denken.

Maar, heel opmerkelijk, er is een ‘totdat’. Er zal een tijd komen dat men niet meer terugdenkt aan de bevrijding uit Egypte, maar aan een bevrijding uit de ballingschap! En dan verklaart God iets bijzonders: Hij gaat vissers oproepen om zijn volk terug op te vissen, en jagers om zijn volk terug bij een te jagen. En wie riep Jezus als zijn eerste leerlingen? Lees Mat. 4:19 maar: Simon en Andreas, een paar vissers. En daar wilde hij ‘vissers van mensen’ van maken!

Bij het breken van het brood denk ik ook aan de eerste wonderbare spijziging. En die vond volgens Johannes niet voor niets plaats vlak voor Pesach/Pascha. Typisch, daar vind je dus ook die koppeling. Toen die maaltijd voor bij was, ‘vulden ze twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten.’ Die twaalf manden kun je weer betrekken op de 12 stammen van Israël. En ik neem aan dat die manden vol waren. Dus niet maar zomaar een paar mensen uit alle stammen worden bij elkaar verzameld, maar ik verwacht dat heel Israël weer terug verzameld wordt. Tekenend daarbij is ook de reden die Jezus daarbij opgeeft: “…zodat er niets verloren gaat.”.

Dus het lijkt in Jeremia (en bij andere profeten) behoorlijk uitzichtloos. En dat is ook de bedoeling! Want we hebben behoorlijk op onze falie nodig, als ik het vrijmoedig even op onszelf als niet-Joden betrek (want het gaat hier primair over het joodse volk). Menselijk gezien is het ook over en uit. Maar bij God is er dan nog steeds een ‘totdat’. Uiteindelijk zorgt Hij tòch weer voor vissers en jagers, aangestuurd door een Timmerman. En verzamelt Hij iedereen weer bij elkaar.

Sunday, August 25, 2013

Vul de Lucht

Sinds de tijd van internet zoek ik nog wel eens muziek op die ik vroeger op bandjes had. En zo af en toe raak ik weer “in de ban” van zo’n artiest of band. Een paar jaar geleden zocht ik zo de muziek van Hothouse Flowers bij elkaar. Het is een Ierse band uit Dublin, met lijntjes naar U2. Ik kreeg de eerste twee cd’s rond 1991 eens te leen van de bassist van het bandje waar ik in speelde. Voor de vakantie kwam ik in een “Hothouse Flowers”-periode. Ik had het eerste album “People” al eens voor mijn verjaardag gekregen. Op het album “Home” staat een (volgens mij) ongeëvenaarde versie van “I can see clearly now”. Als dit je “Lee Towers” associaties oplevert, luister eens naar hun versie.
Maar het mooiste album vind ik “Songs from the rain” uit 1993 alweer, een album dat ze zo op een Christelijk Festival kunnen spelen.


Een prachtig lied van dat album is “Isn’t it amazing”, met als refrein:
“And every cry is a song
And every song is a prayer
And every prayer must be heard
Fill the air”.


Dit is een refrein dat mij raakte. Ik heb ooit eens in een studie gehoord dat God een God voor de roependen, voor de verdrukten is. Mooi is dat bijvoorbeeld verwoord in Exodes 2:24,25: “24 God hoorde hun jammerkreten en dacht aan het verbond dat hij met Abraham, Isaak en Jakob had gesloten. 25 Hij zag hoe de Israëlieten leden en trok zich hun lot aan.” Dat thema kom je keer op keer in de bijbel tegen. Bijvoorbeeld ook als God’s volk in ballingschap is. Daar waar mensen God aanroepen, trekt Hij zich de moeite aan.  


Mooi vind ik dat Liam O’Maonlai (de zanger) de roep, schreeuw een lied noemt. Veel Psalmen zijn ook liederen van uit moeite, een roepen tot God. En Fransicus van Assisi noemde “zingen” al “bidden”. En zal God onze gebeden niet aan horen? Ik zie het in de tekst niet staan, maar volgens mij zingt hij aan het eind op de cd ook “And every prayer will be heard”.


Zo brengt dit lied mij wel aan het filosoferen.


Het laatste lied van de cd heeft als refrein:
“Stand beside me God
Stand beside me
Stand before me
And behind me”
Hier klinkt psalm 139 in door. Liam zingt dan “So I can follow in love” en aan het eind “So I can be true to my word”. Het eerste couplet gaat over iemand die leefde “door de pagina’s van onze tijd” , gekend als een man van waarheid, “Puur en Subliem, komt vanuit de aarde en uit de luchten, vanuit de vier hoeken van het kompas en in onze levens”. “Hij is gevolgd, hij die waarheid is, naar wat er is om in te geloven, naar de geest van jou”. Als ik dat lees, komt er maar één Naam in mij op.


Na het lied “Isn’t it Amazing” komt het lied “Thing of Beauty”. Iemand in Amerika heeft hier op een mooie video gemaakt op Youtube als een onderdeel van een serie over “vreugde” in hun kerk.
Wat het laat zien is dat je God terug ziet als lied door de hele schepping heen.
Voor de vakantie keken we met onze kinderen het filmpje “Rhythm” van Rob Bell’s Nooma series. Daarin legde hij ook uit dat hij God niet altijd ziet in dagelijkse dingen. Sommige mensen zien God aan het werk als iets wat ze graag willen hebben in de aanbieding is. Of als er een parkeerplaats bij de kerk vrij komt. Dat is natuurlijk mooi. Maar andere mensen hebben moeite met God in dergelijke dingen te zien. Rob ziet God meer als een Lied dat je kunt horen in de schepping. Overal om je heen kun je dat zien. Volgens Liam:  “Door de stoom van je adem in de winter. Of als de zon een betovering legt over de weg voor je”. “A thing of beauty is not a thing to ignore. Great song of beauty”.


En die zelfde “Lied van Schoonheid”, neemt onze liederen van moeite en pijn op. Luistert en reageert. We leven in een spannende tijd. Waar mensen Hem aanroepen, moet er wat gaan gebeuren. Dus ik moet wat met die regel “Fill the air”.


Groet,
Martien


Ps. Deze is voor Vera: sinds mijn “Hothouse Flowers”-periode ook fan. Vooral van “Isn’t it Amazing” en “I can see clearly now”.

Sunday, June 30, 2013

De weg naar de Eeuw

In Amersfoort zijn een aantal wegen en straten genoemd naar plaatsnamen. Zo hebben we een Amsterdamseweg, een Bunschoterstraat en een Arnhemseweg. De Bunschoterstraat heet niet zo omdat hij 'Bunschoots' is: aangelegd door Bunschoters. Ook ligt hij niet in Bunschoten (althans niet voor het grootste deel). Hij heet zo omdat hij van Amersfoort naar Bunschoten leidt. Dat gold vermoedelijk ook zo voor de Amsterdamseweg en de Arnhemseweg.


Hier moest ik vanmorgen, 23 juni, aan denken toen we bij het einde van Psalm 139 aan kwamen: "en leid mij over de weg die eeuwig is." (vers 24). Het woordje eeuwig is in bijbels, theologisch opzicht een lastig woordje. Er is heel veel over gediscussieerd. In het Grieks gaat het om het bijvoeglijk naamwoord "Aeionioon", afgeleid van het woord "Aeioon". In het Hebreeuws (de grondtaal van de Psalmen, maar dat ik helaas niet beheers) gaat het om "Olam". De discussie gaat er dan om of "Aeioon" en "Olam" altijd-durend betekent. Het Nederlands is een beetje raar daarin. Een eeuw heeft bij ons de betekenis van honderd jaar. Een lange maar behoorlijk gekwantificeerde en zeker ook afgemeten periode. Een eeuwigheid heeft een meer flexibele periode. Een saaie werkdag kan een eeuwigheid duren. Maar ook een saaie preek van drie kwartier. Of een gesprekje van 10 minuten met iemand waar je niet op zit te wachten. Maar het kan ook een eeuwigheid duren voor ik een taal onder de knie krijg, een aantal jaren dus.
Hoewel het einde schimmig is: je kunt vaak niet weten wanneer het aanbreekt, maar over het algemeen gaan we ervan uit dat een eeuwigheid wél eindig is. En dat is precies wat ik heb geleerd dat de betekenis van de woorden "Aeioon" en "Olam" is.
Maar veel theologen zijn het daar niet over eens en menen dat je het wel degelijk als "altoosdurend'  moet lezen. In elk geval is het bijzonder dat het Nederlandse woord "eeuwig"  dat wél ineens betekent!  En lastig is het weer om van "eeuwigheid" een bijvoeglijk naamwoord te maken.


Maar als we het dan hebben over de "eeuwige weg" betekent dat dan dat de weg "eeuwig" duurt? Nog los van of je dat als "altoos", "eindeloos" of "heel erg lang" durend leest. Zegt het woord "eeuwig" hier iets over de weg zelf? Dan kun je jezelf nog afvragen of dat dan slaat op hoe lang de weg bestaat of hoe lang de weg is...


Grappig dat je zo over de betekenis van woorden kunt nadenken. Zo had ik het er vanmorgen ook met een paar mensen over dat ik in 2011 mijn auto moest laten repareren. Ik had schade gereden en moest daarvoor naar een "autoschadeherstelbedrijf". Zo heet dat bedrijf ook echt. En daar naar toe rijdend bedacht ik me dat het wel een heel raar woord is: ik wilde namelijk niet dat de schade aan mijn auto hersteld werd, maar mijn auto zelf...


Terug naar de "eeuwige weg" denk ik dat het woord " eeuwig" misschien meer duidt op waar de weg naar toe leidt. En dan kom je op een andere betekenis van "Aeioon" die dichter bij ons woord "eeuwigheid" ligt, namelijk "tijdperk". Het tijdperk dat na deze "boze eeuw" aan zal breken. Het tijdperk waarin alles gaat volgens God's principes. Waarin we naar elkaar omzien. En beter zorgen voor zijn schepping. En de weg daar naartoe is dan het leren daarin onze rol in te nemen. Hoe wij steeds meer volgens Zijn principes kunnen leven.
En daar liggen volgens mij twee mooie gedachten achter.
1. We hoeven het niet meteen te kunnen. Op de "eeuwige weg" wandelen betekent niet dat je al op je bestemming bent. Maar wel dat je steeds dichter bij je bestemming komt, ook al kunnen we het doel nog niet zien. Met andere woorden: we hoeven niet al perfect te zijn in Gods ogen. We worden getraind om steeds meer keuzes volgens zijn principes te maken.
2. Dit geeft ons leven zin. Immers we dwalen niet wat rond totdat het op een bepaald moment God behaagt om een eind aan deze wereld te maken en ons in eens over te zetten naar zijn nieuwe wereld. Nee, het is een weg er naartoe waarop we mogen leren hoe we straks in die vernieuwde wereld kunnen leven.


En het mooiste dat we uit het vers in Psalm 139 kunnen lezen is dat we niet zelf onze weg hoeven te zoeken. David bidt dat hij de weg op geleid mag worden. We gaan die weg niet alleen, maar Hij leidt ons. De eeuwige weg: de weg naar De Eeuw.

Saturday, January 9, 2010

Bij Toorn: verder lezen! (Artikel)

Een paar weken geleden hadden we een mooie bijbelstudie avond. Mijn vriend Wim kwam nog terug op Hosea 2. Hij bekende dat hem nog wel eens eenzijdigheid werd verweten en dat dat ook wel klopte. Bij hem ligt voornamelijk de nadruk op de liefde van God en niet zo zeer op de toorn. Dan mis je toch het evangelie? Want wat is het evangelie zonder de Toorn van God?

Nou, lees dan Hosea 2 maar eens. Maar doe het dan wel met in het achterhoofd dat het wezen van God Liefde is. Tegenover de Liefde van God wordt wel eens de Rechtvaardigheid of de Toorn van God gezet. Zo van God is Liefde, maar ook ... Alsof dat een andere kant, het andere gezicht van God is. En bij rechtvaardigheid denkt men dan altijd aan de Westerse Juridische betekenis er van. God kan toch immers niet alles over zijn kant laten gaan? En dus moet er tegenover zijn Genade wel zijn Rechtvaardigheid staan. En tsja, dan wel helaas ten koste van sommigen of zelfs velen. Maar rechtvaardigheid in het oude testament is (zoals ik eens leerde) eerder een vertaling van het begrip Tsadiek. En dat betekent: meer doen dan van je verwacht kan worden. Verder gaan, een mijl meer pressen dan van je gevraagd worden. En dan zie je juist in die rechtvaardigheid/tsadiek de Liefde van God om de hoek komen. En ook in Hosea overigens.

Wim suggereerde liever de tegenstelling Liefde vs. Onverschilligheid. Bedenk eens: als God nou eens onverschillig zou zijn? In Hosea kunnen we lezen dat Israël liever achter de Bäals aan gaat. Die lijken meer op te leveren: meer gezondheid, meer vruchtbaarheid, meer materiële voorspoed. En als God nou eens zou zeggen: "Nou ga je gang dan maar. Wat maakt mij het eigenlijk ook uit? Dan ga ik wel verder met die enkeling die dan wel wil". Dat zou pas erg zijn! Maar nee, God is verre van onverschillig. Hij laat dat niet gebeuren. Hij perkt in, stelt grenzen. Merk op dat dit initiatief van God uit gaat! Niet van ons mensen. Bij ons is het: "je moet wel voor Jezus kiezen, want anders val je in de handen van de God van de Toorn". En wees eens eerlijk: kiezen wij niet ook vaak met "economische motieven" voor God? Omdat Hij ons geneest van onze ziekte, ons zegent met ons huis, baan, kinderen? Omdat Hij ons rust geeft? Kiezen we echt wel voor Hem uit Liefde met Hem en Zijn belangen op de voorgrond?

De mooiste tekst van die avond was dan wel: Hosea 14:5 en verder. Want God geneest onze ontrouw! Lees ook: ongeloof. In dit geval Israël, maar Israël is de voorafschaduwing van de mensheid. God gaat dit bewerken. Geweldig om te lezen in het OT.


Een Joodse denker zei: "Om de profeten te lezen moet je een hard hoofd hebben. Want een explosie komt over je heen. Maar uiteindelijk overwint de Ontferming". Over explosie gesproken. Een andere opvallende tekst die we eerder eens behandelden was Ezechiël 16. Ik heb hier eerlijk gezegd bij mijn weten nog nooit een preek over gehoord. Nu zul je misschien zeggen: geen wonder, want Ezechiel is me daar dan ook een lastig boek. Nou, in hoofdstuk 16 spreekt hij anders klare taal. En Israël komt er ook daar bepaald niet gezellig van af. In het eerste deel worden de afschuwelijke zonden van Jeruzalem opgesomd. Jeruzalem “prostitueerde” wat af! Wat dat betreft zou het een uitwerking van Hosea 2 kunnen zijn. Jeruzalem wordt daar afgezet tegen Sodom. En Jeruzalem overtrof Sodom. Maar na vers 50 knipper je met je ogen. Wat dan komt moet je misschien wel drie keer lezen. Omdat het zo lastig is? Nee, ook daar klare taal: daar wordt geprofeteerd over de ommekeer die God gaat brengen in het lot van Sodom en Samaria. Sodom (en ik veronderstel Gomorra met haar) komt weer tot bloei! In vers 61 wordt Sodom en Samaria aan Jeruzalem als “dochters” gegeven. Is dat nou niet geweldig?

Het lastige zit hem er denk ik in dat wanneer je jezelf vast pint op die Toorn van God, je moeite hebt met de ommekeer die God teweeg brengt. Eigenlijk zit er wat dat betreft een flinke dosis Jona gedrag in ons, toch?

Maar bij God is Toorn altijd genezend, herstellend. Na Toorn komt verzoening. Verzoening van God uit. De God die naar ons toekomt. Zich vereenzelvigt met ons.

Dus: "Bij Toorn: verder lezen!"

Groet,
Martien van den Akker.

Friday, November 13, 2009

Zijn Liefde in ons

Laatst bij een les NT-Grieks kwam ik op de tekst 1 Joh 4:12. Het blijkt een wat lastig te vertalen tekst, met name vanwege het laatste woord. Ik heb eens een paar vertalingen op een rijtje gezet:
  • NBV: Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.
  • NBG: Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, blijft God in ons en zijn liefde is in ons volmaakt geworden.
  • WV: Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons, en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.
  • GNB: Nooit heeft iemand God gezien, maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.
  • SV: Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, zo blijft God in ons, en Zijn liefde is in ons volmaakt.
  • ISV: No one has ever seen God. If we love one another, God lives in us, and his love is perfected in us.
  • KJV: No man hath seen God at any time. If we love one another, God dwelleth in us, and his love is perfected in us.
(NBV: Nieuwe Bijbel vertaling, NBG: Nederlands Bijbel Genootschap, vertaling uit 1951, WV: Willibrord vertaling, GNB: Groot Nieuws Bijbel, SV: Staten Vertaling, ISV: International Standard Version, KJV: King James Version)

De moeilijkheid zit hem in het “volmaakt geworden zijn van Zijn Liefde in ons”. In uitleggingen (bijvoorbeeld van Barnes) en als je er zo over nadenkt kom je er op uit dat als God liefde is, God is daarbij ook volmaakt en God woont in ons, dan is Zijn Liefde in ons ook volmaakt. Logisch toch? Hoe kan het dan ook anders dan dat wij elkaar gaan liefhebben? En natuurlijk ook die personen in de kerk waar we wat meer moeite hebben. Of die vervelende collega op het werk. Of die nare buurjongen. Of die achterbuurvrouw die rookt in de tuin. Hmm. Dat blijkt dan toch wat lastiger. En zo ongemerkt heb ik die Liefde van God in mij al vertaald naar een menselijke liefde waarvan ik van mezelf verwacht die te moeten uiten naar anderen. En wat me dan maar moeizaam lukt. Daar komt meteen verwachting en een soort “moeten” om de hoek kijken.
Dat “volmaakt worden” is de vertaling van het Griekse te-te-lei-oo-me-nè (τετελειωμενη): dat komt van telei-o-oo (τελειόω) dat “Completeren”, of “Realiseren” betekent. Of ook wel beëindigen, vervullen of perfect maken. Nu zou je zeggen: dat is dan toch niet verkeerd vertaald? En het is inderdaad denk ik niet echt fout. Het komt van teleios (compleet) of telos dat doeleinde betekent. Maar je kunt het ook meer richting de betekenis van “doel-einde” vertalen. Dus dat Zijn Liefde in ons tot doel is gekomen. Dus als God in ons komt wonen dan komt zijn Liefde tot zijn doel. En dan moet ik ook denken aan dat God alles in allen zal zijn (1Kor15:28). Dat is het doel waar God naar toe werkt. En dat wordt dan realiteit in ons, wanneer we elkaar lief hebben.

En dat elkaar lief hebben bewerkt God in ons. Daarvoor hoeven wij ons dus ook al niet op onze borst te kloppen. Misschien kun je het oorzakelijk ook wel omdraaien: God's Liefde bewerkt dat wij elkaar gaan lief hebben en het is Zijn genade dat Hij, vanuit diezelfde Liefde in ons komt wonen. En dat maakt dat Gods Liefde tot zijn doel komt, of tot vervulling komt.

Nou, en daar wordt ik dan wèl weer enthousiast van! Want willen we niet allemaal dat God met zijn doel met ons komt? Dat is een gedachte die de laatste tijd wel heel veel aan aandacht wint.
Maar ook dat zou ik graag nog eens omdraaien (je zou er draaierig van worden). Want wij zijn vaak nog al gefocust op ons doel. Of heel vroom gedacht Gods doel met ons. Dat wij tot ons recht of op onze plaats terecht komen. We denken daarentegen vaak niet zo na over wat Gods doel nu uiteindelijk is.
Maar hier zien we een tipje opgelicht: dat God in ons komt. En dan denk ik er meteen achterna, waarom in mij? Of waarom alleen in mij? Als het zijn doel is om in mij te komen, dan toch zeker ook in alle andere mensen. Niet alles in sommigen. Of wat optimistischer gedacht: alles in velen. Nee: alles in allen.

En zo ben ik weer wat meer bevrijd van die verwachting van mezelf. Ik kan zo weer een beetje ont-moeten. En dan ontmoet ik graag jou! Want ja, er staat toch ook wel dat het gebeurt als we elkaar liefhebben. Oh, nou daar ga ik weer. Maar, gelukkig: God bewerkt dat dan weer in ons. En zo draait de cirkel weer terug naar het Begin: de Alef.

Groet,
Martien

Wie is jouw voorouder?

In “Creation Magazine” van deze maand (september/november 2009) las ik dat onderzoekers van het Australisch “Center of Excelence” voor Kangaroe Genomen, de genetische code van Kangaroes in kaart hebben gebracht. Ze waren zeer verbaast over de grote gelijkenis met die van mensen.
Er zijn ongeveer 20.000 genen van een kangaroe, ongeveer even veel als van mensen en deze zijn grotendeels hetzelfde. Vaak komen ze zelfs in dezelfde volgorde voor. Er wordt niet gesproken over het percentage van gelijkenis. Je zou vanwege de toon van het rapport verwachten dat het nogal hoog was. Maar in tegenstelling tot chimpansees worden wij toch niet geacht nauwe verwanten te zijn van kangaroes.
Als je kijkt naar de uiterlijke verschillen dan is het redelijk waarschijnlijk dat dezelfde genen voor verschillende proteines coderen. Maar dat is ook wel duidelijk als je bedenkt dat ons lichaam wel meer dan 100.000 verschillende proteines heeft.
Als je uitgaat van een gemeenschappelijke ontwerper dan is het ook niet zo onlogisch dat deze ook vergelijkbare mechanismes gebruikt in de verschillende diersoorten en mensen.
Er wordt vanuit gegaan dat de grote overeenkomst tussen het DNA van mensen en chimpansees te maken heeft met een gedeelde afkomst. Maar je kunt toch moeilijk vanuit gaan dat een kangaroe al zou het 90% gelijk DNA hebben, het ook 90% menselijk is? Er wordt in hetzelfde artikel ook nog gerefereerd aan een uitspraak van de prominente evolutionist/geneticist Steve Jones die zei dat we ook 50% DNA delen met bananen, maar dat maakt ons toch ook niet voor de helft banaan?

De afgelopen weken zie je ook regelmatig reclame van een nieuwe actie van Sire. Op een van de spotjes zie je een hardloper die bij een bankje wat rek en strek oefeningen doet. En daarna even zijn ene neusgat dicht duwt en even flink door het andere blaast en het daarna anders om doet, terwijl er een mevrouw vlak bij hem op het bankje zit.
In een ander spotje zie je een mevrouw boos zijn op haar kinderen op de achterbank van de auto. De kinderen hadden er namelijk een bende van gemaakt. Heel boos roept ze “... en wie kan het weer opruimen?”, waarna je de dame de rommel uit de auto de straat op ziet schuiven, en ze instapt en wegrijdt. “Ongemerkt worden we steeds asocialer” is de slogan.

Dit te samen deed me denken aan het verhaal van die rabi die in het vliegtuig wordt aangesproken door een andere man. “Uw kinderen zijn zo beleeft en goed gemanieerd, zitten netjes en rustig en doen dingen voor u. Mijn kinderen luisteren niet naar me, spreken me met mijn voornaam aan en ik hoef al helemaal niet op te rekenen dat ze koffie voor me halen. Hoe doet u dat met uw kinderen?”. “Dat is helemaal niet zo verwonderlijk”, zegt die Rabi. “voor mijn kinderen sta ik een generatie dichter bij JHWH waar ze respect voor hebben. Maar voor uw kinderen staat u een generatie dichter bij de apen...”

Het is maar wat je als je afkomst ziet. In “Creation Magazine” wordt al gesuggereerd dat wanneer iemand zichzelf als afstammeling van apen ziet, zichzelf gelijkwaardig ziet als dieren, dan hoef je ook niet te verwachten dat het gedrag op een “hoger peil” ligt. Dat is een gewaagde uitspraak en ik vind het lastig om dat genuanceerd te verwoorden. Maar er zit wel wat in. Je hebt dan in elk geval niet verantwoording af te leggen aan een hogere instantie. Geen opdracht om van elkaar te houden, laat staan van je vijanden, geen opdracht van goede zorg over de schepping. Want na dit leven is er toch niets? Als het mee zit dan zit er nog een drang om herinnerd te worden in een grootse daad.

Dit deed me verder ook nog weer denken aan de spotjes van Postbus 51 waar ik al jarenlang moeite heb. En dat zijn de spotjes die gaan over veilig vrijen, condoom gebruik en SOA tests. Het is een gewaagd onderwerp. Maar waar ik moeite mee heb is dat deze spotjes naar mijn idee de boodschap uitzenden: “leef er maar op los, sex is als snoep, maar als je het doet, doe het dan wel veilig”. Ze gaan voorbij aan de geestelijke en sociale gevolgen. Want volgens mij is er maar één soort veilige sex, en die wordt niet beveiligd door een condoom of een soa-test. Maar door een stabiele relatie.

Volgens mij is er in onze samenleving, waar we als christenen in meeleven, een toch wel grondig vertekend beeld van de werkelijkheid. Want als er ook op onze christelijke scholen de evolutie theorie wordt geleerd alsof het een wetenschappelijke feitelijkheid is, en als onze kinderen ook deze spotjes van onze regering over sexualiteit zien, vinden we het dan gek dat er zoveel sociale problemen zijn in onze samenleving? En deze sociale problemen zijn ook in onze christelijke samenleving niet onbekend. Want de politiek-correcte beeldgeving van wat het sociaal-maatschappelijk verantwoord is, staat toch wel erg ver van wat de Here God in de bijbel leert als een gezonde samenleving. Maar ook los van de bijbel kun je al met enige nadenken uit vissen dat we er met zijn allen niet gezonder op worden.

Vorig jaar ben ik erg aangesproken door het boek “Moderne Wetenschap” in de bijbel van drs. Ben Hobrink. Er staan zoveel wijsheden in de bijbel waarvan zelfs door gezond nadenken maar ook door wetenschappelijk onderzoek duidelijk wordt hoe waardevol ze zijn. Het is een politiek incorrecte uitspraak, maar ik denk dat onze samenleving er beter van wordt wanneer we weer dichterbij de bijbel gaan leven. Oud VVD-leider Bolkenstein zei jaren geleden al dat de leefregels in de bijbel ook goed waren voor een niet-christelijke samenleving.

Laten wij er dan in elk geval ernst maken met het lezen van de bijbel. Want laten we eerlijk zijn: dat schiet er bij ons allemaal toch eigenlijk wel bij in? Hoe fijn lofprijs-diensten en hoe goed ministry bijeenkomsten ook zijn, de Here God maakt zichzelf allereerst bekend via zijn Woord.
En ik moet zeggen: hoe meer ik over Hem leer en Hem leer begrijpen wordt ik enthousiaster over mijn Maker. Die ons overigens Zijn kinderen noemt. En dat zijn we ook.

Groet,
Martien van den Akker

Saturday, January 24, 2009

Het Contract

Jaren geleden (volgens mij al in 1995) schreef ik eens een artikel waarin ik betoogde dat volgens mij we elkaar na dit leven in de hemel of de vernieuwde aarde zullen ontmoeten en herkennen. Mijn idee is dat we in de loop van de tijd veranderen maar toch herkenbaar blijven. God gaat een relatie met ons aan, steekt tijd in ons om ons te onderwijzen, ons te ontplooien. Hij biedt ons de mogelijkheid om Hem te leren kennen. Hij gaat een relatie met ons persoonlijk aan. Zou Hij ons dan zo volslagen gaan veranderen dat we niet meer zijn wie we zijn, zodat we niet meer de personen zijn waarmee Hij met zoveel geduld een relatie op bouwde? Hij had dan volgens mij net zo goed de brandspuit op deze aarde zetten en alles opnieuw scheppen. Of beter nog: een serie Robots bouwen. Het lijkt me tamelijk tamelijk zinloos van God om deze eeuw/wereldtijd met ons door te maken als we hier na totaal iemand anders zijn.

Vorig jaar filosofeerde ik met een goede, oudere vriend over Jezus terugkomst en hoe Hij er dan uit zou zien. Goddelijk menselijk, met of zonder littekens. In elk geval zullen we hem moeten herkennen, wat bijzonder is omdat we Hem nog nooit gezien hebben. Nu zal het wellicht helpen dat Hij terugkomt op een wolk. Dat zie ik niet veel anderen doen. Maar het zou ook helpen als Zijn littekenen op Zijn handen en Zijn zij nog zichtbaar zijn. Sterker nog, we bedachten dat het ook wel heel belangrijk zou zijn. Want wat als ze er niet meer zouden zijn? Dan zouden we niet meer herinnerd worden aan het verzoenend en verlossend werk van Jezus. Er is dan geen fysiek bewijs meer voor. En het Lam moet immers ook herkenbaar zijn aan die mensen die door de Geest en de Bruid worden opgeroepen om te komen (zie Openbaringen 22). Het moet duidelijk zijn en blijven dat Jezus onze gekruisigde en opgestane heer is. Je zou misschien kunnen zeggen dat de littekens van Jezus een handtekening van God zijn onder het contract van zijn Verbond. Wel een beetje cru misschien en Hij heeft moeten beschikken over heidense mensen om die te zetten. Maar ze zijn wel onuitwisbaar. Als die handtekening is uitgewist, hoe geldig is dan dat contract?

Vorige week las ik in het boek “In Perspectief” van dr. Klaas Goverts een tekst die me trof. Want hij ging daar naar mijn idee op deze gedachte nog een stuk verder. Hij heeft het daar over de Thomas die wij altijd voor ongelovig hebben gehouden. Maar Thomas was er de eerste “terugkomavond” van Jezus niet bij. En volgens dr. Goverts heeft Thomas door gehad wat het belang van de tekenen van Jezus waren. Als de tekenen niet meer zichtbaar zouden zijn dan zou voor Thomas de kruisiging en opstanding geen waarde hebben. Dat zou natuurlijk verschrikkelijk zijn.

Ik ging daar nog op door filosoferen. Hoe zou het zitten met onze eigen littekens? En dan vooral de niet zo zichtbare. De pijn en moeiten waar we ons doorheen worstelen. Hoe zit het daarmee?
Alles wat we leren, relaties die we aangaan en zo? Zijn die allemaal weg? Ik denk dat alles wat we doormaken mede maken wie we zijn. God is immers een proces in ons bezig, door vreugde en moeite om ons te maken wie we ten diepste zijn. Hij schaaft ons bij, kneed ons en vormt ons. En dat doet soms pijn. Maar het maakt steeds meer deel uit van onze identiteit.

Er is een theorie dat het met de verlamde man in Bethesda zo was dat zijn ziekte een onderdeel van zijn identiteit was. Hij had volgens zijn zeggen niemand die hem in het water hielp. En hij was steeds te laat om bij het water te komen wanneer dat begon te bewegen. Als hij als eerste in het water kwam, dan zou hij genezen. Maar was er dan niemand om hem te verzorgen? Kreeg hij geen eten dan? Jezus zei hem op te staan en naderhand om niet meer te zondigen opdat hem niets ergers zou overkomen. De theorie gaat dat zijn probleem meer een psychische dan een lichamelijke was.

Het beeld dat de meeste Christenen hebben is dat we na ons sterven naar de Hemel gaan. En dat daar geen tranen en pijn meer zijn. Dat alle lichamelijke ongemakken dan weg zijn. Maar is dat alles wat daar over te zeggen is?

Ik vermoed eigenlijk dat die geestelijke/lichamelijke littekens op de een of andere manier wel zichtbaar blijven. Op een manier die ons niet tot last is, zodat het niet in de weg zit. We zullen een verheerlijkt lichaam hebben. En de pijn en het verdriet zal geheeld zijn. Maar toch zal de herinnering en ervaring niet weggevaagd zijn, denk ik. Want het maakt ons mede wie we zijn.

Je kunt zeggen: “leuk bedacht Martien, maar zou dat niet heel harteloos zijn van God?” Nou, eigenlijk, ik denk van niet. Je zou net zo goed kunnen zeggen dat het getuigt van Gods tederheid. Hij erkent de pijn en moeite die we hebben moeten doorstaan. De vreugde die we hebben mogen vieren. Alles wat ons heeft gemaakt wie we zijn. Alles wat nodig is om ons op te doen wassen tot volwassen zonen en dochters van Hem. En Hij legt liefde vol Zijn vingers op die wonden en geneest ze. Maar wel zo dat ze hun betekenis en uitwerking niet verliezen. En daarmee onze integriteit niet verstoren. Maar ik moet bekennen: het is een veronderstelling. Waarvan ik de volledige gevolgen ook niet overzie.

We hebben een liefdevolle God. Sterker nog: God is liefde. En Hij zal ons doen opwassen tot zijn zonen en dochters. En die beloften zijn bezegeld met zijn onuitwisbare handtekening.

Groet,
Martien van den Akker

Friday, October 24, 2008

Oud en Nieuw

Het is oktober, een dag na Vera's verjaardag. Het begin van een nieuw levensjaar voor onze grote meid. We zijn met de kerk en dus ook met het jeugdwerk weer een paar weken onderweg. En dan bezig met plannen maken voor dit seizoen en deze uitvoeren. Maar ook met plannen voor de toekomst.

Nog een paar weken en dan is het weer oud en nieuw. Voor je het weet krijg je op de televisie weer allerlei terugblikken en gaan we weer nadenken over het nieuw jaar. Goede voornemens: wat ging er afgelopen jaar fout en gaan we nu beter doen? Met welke gewoontes gaan we stoppen en met welke nieuwe gaan we beginnen?

Mijn vorige werkgever had een verschoven boekjaar. Dat liep van 1 juni tot 31 mei. Dus 31 mei hadden we oud jaar en ergens in juni een “kick-off”. Dat was dan het moment om de focus op de markt te verleggen, afdelingen te splitsen, andere samen te voegen.

Zo hebben we meerdere momenten in het jaar om over nieuw te beginnen. Stil staan en na denken over de afgelopen tijd plannen en ideeen verzinnen over de komende tijd. Ondertussen gaan we vaak op dezelfde voet verder. Vervallen we in oude gewoonten, blijken nieuwe plannen toch niet zo goed te werken of lopen we tegen andere zaken aan. Het nieuwe jaar is niet heel veel anders als het oude.

Zelf vind ik het prettig om regelmatig overnieuw te beginnen. Ik werk project-matig bij klanten. Het is lekker om soms een oude klant achter je te laten en met een schone lei aan een nieuwe klus bij een nieuwe klant te werken. Nieuwe mensen te leren kennen. Jammer, is dan ook wel dat je vaak leuke mensen moet achterlaten, waar je het goed mee kon vinden en goed mee kon samenwerken. De overstap naar een nieuwe werkgever brengt dat ook met zich mee. Maar je kunt bij je nieuwe klant of werkgever weer overnieuw beginnen zonder de balast van je vorige klant of werkgever. Aan een nieuw systeem werken zonder dat je nog steeds wordt lastig gevallen met vragen van het oude systeem waar je jaren geleden aan gewerkt hebt.

Ik realiseerde me de laatste tijd eigenlijk dat we ook zo tegen de Here God en zijn werk aan kijken. Wij mensen hebben het verbruid in de Hoftuin. Dus moesten we daarbuiten overnieuw beginnen. Vervolgens werd het weer een zooitje dus spoelde God de aarde schoon en begon met Noach overnieuw. Met Abraham begon Hij een nieuwe lijn en tsja, dat leek ook niet zo'n succes. Via een aantal richters komen we uit bij David. Misschien dat een koning wat is? Maar ook de koningen konden Gods volk niet bij de les houden. Dus begon God weer overnieuw door zijn Zoon te sturen. Zijn offer heeft de vloek op de schepping te niet gedaan. Onze zonden zijn vergeven. Via Hem kunnen we weer tot God komen. Althans, dat deel van de mensheid dat Hem aanneemt. Zou het nu wel gaan lukken? We zien er nog niet veel van. Er komt steeds meer ellende in de wereld. Het wereldnieuws maakt ons attent op terrorisme, tsunami's, wereldwijde economische crises, etc. Het lijkt wel steeds meer te worden. Maar gelukkig zijn dat de 'tekenen des tijds' dat Jezus terug gaat komen. En dan wordt alles nieuw. Dan krijgen we de nieuwe hemel en aarde.

Dat woordje nieuw daar zit ik toch wel mee. Dat heb je (hopelijk) in de lijn van mijn bovenstaande verhaal kunnen lezen. De vorige paragraaf is wel ietwat ironisch, excuus als ik het wat te scherp voor je uittekende.

Eerder heb ik wel eens een opmerking gemaakt over de Nieuwe hemel en aarde in Openbaringen 21. Laatst ging ik me afvragen hoe het nu zit met het nieuwe verbond. In Lukas 22:20 spreekt hij van de beker die wordt uitgegoten, dat die het nieuwe verbond is dat door Zijn bloed gesloten wordt. Wat, gaat God daar met Jezus overnieuw beginnen? Een nieuw verbond? En het oude dan? Jezus zei toch dat die niet had afgedaan?. Dus ik heb het maar eens opgezocht. En Jezus blijkt het te hebben over 'kainè diathèkè'. Diathèkè is een inwendige orde, gesteldheid of een regeling, verbond of een beschikking, testament. Dus dat zit wel goed. 'Kainè' betekent inderdaad 'nieuw'. Net als het woordje 'Neos'. Maar er is ook een werkwoord met 'Kainè' verband houd ''Kaino-oo'. En dat betekent: nieuw-maken, veranderen, zich vernieuwen: revolutionair zijn. 'Kainè' betekent denk ik nieuw vooral in de betekenis van 'vernieuwd'. Dat zie je ook terug in de (ver-)nieuw(d)e hemel en aarde van Openbaringen 21.

Wanneer ik lees over een 'vernieuwd verbond' en ook de 'vernieuwde hemel en aarde', dan lees ik daarin een plan van de Here God die ergens begint en dat werk niet 'laat varen' totdat het voltooid is. Dat plan heeft een aantal fases (het lijkt een beetje op de 'waterval-methode' in de IT). En elke fase is nodig voor de volgende fase, maar elke fase heeft zijn eigen karakteristieken. En dat mondt uit in een slot fase waarin alles voor iedereen in orde komt in God.

Misschien denk je: wat een gezever over een woordje. Is dat nu zo belangrijk? Mijn redding hangt er gelukkig niet vanaf. Die van jou of u hopelijk ook niet. Maar het is volgens mij wel belangrijk als je theologie er op gebaseerd is. Als die gebaseerd is op een beeld van God die steeds “opnieuw begint”. Maar voor mij persoonlijk hangt mijn beeld van God en hoe Hij met zijn schepping er van af. En ik zal het maar bekennen: ik heb meer met een beeld van God die doet wat Hij zegt en belooft en die ergens aan begint om het tot het ultieme einde te leiden.

Zo blijven volgens mij ook de beloften aan Israel overeind. Dat volk waarvan God zelf zegt dat ze tot zegen voor de volken zullen zijn. Het herstel van Israel is denk ik een teken zijn, een voorbode van het herstel van de volken. Volgens de NBG staat in Rom. 10:4 dat Jezus het einde van de wet/thora is. Tot gerechtigheid van een ieder die gelooft. In de NBV heeft men het gelukkig wat beter vertaald. In plaats van einde staat het woordje Thelos: Doeleinde. Jezus is het doel van de Thora. Op Hem loopt het uit. Hij is zogezegd een nieuwe fase. Waarin volgens mij ook Israel tot haar doel komt. En zoals de opstanding voorbode is van het herstel van Israel, is het herstel van Israel de voorbode van het herstel van de mensheid.

God is geen Nederlandse verkeers-minister met proefballonnetjes. Maar een God die doelbewust zijn plannen ten uitvoer brengt. En daar word ik nou enthousiast van.

Groet,
Martien

Monday, August 11, 2008

200110-Vrij vrij veilig?

Ik las zojuist op goedbericht.nl (http://goedbericht.nl/blog2/?p=310) een artikel over de GayPride. Een goede en juiste analyse denk ik. Het deed me denken aan een uitspraak van Dries van Agt die zei dat wij Christenen intolerant worden genoemd jegens de Homo-sexuele medemens, maar dat hij de mensen achter Gay-pride juist ook intolerant vond, omdat zij de gaypride opdrongen. Immers, je moet als eventueel toevallige voorbijganger wel kijken. (Ik hoop dat ik hem correct aanhaal).

Het deed me echter ook denken aan een artikel dat ik in oktober 2001 schreef.

Een gewaagd onderwerp deze keer. De laatste tijd zit ik nog al te filosofuleren over vrij veilig vrijen. Van de zomer was in het nieuws dat de Nederlandse jongere minder doet aan ‘veilig vrijen’, maar uiteraard niet minder aan vrijen. Vandaar dat er weer een reclame campagne van stichting SOA tegenaan wordt gegooid. Hartstikke goed natuurlijk dat men zich zo’n zorgen maakt over de Nederlanse jongere. Toch ben ik niet zo enthousiast over deze reclames. Waarom dan niet? Die reclames zijn toch goed? Nou, goed bedoeld wel. Waar ik echter moeite mee heb is het verhaal op de achtergrond. Ik hoor er sterk de gedachte in: sex moet kunnen, sex moet mogen, iedereen heeft recht op sex, geniet er van zo vaak je wilt en met wie je wilt, maar doe het alsjeblieft wel veilig. Sex is inderdaad iets moois, iets prachtigs, je mooiste, diepste intimiteit delen met dat van de ander. Alleen in de SOA-reclames wordt dit gedegradeerd tot het culinaire niveau van een Big Mac. Errug lekker overigens, zo op zijn tijd, maar het haalt het toch niet bij een diner voor twee met een goed glas wijn bij bijvoorbeeld La Promenade.

In de Viva van begin september schreef een meisje: ‘Het licht erg voor de hand om veilig te vrijen, want iedereen weet dat het zo hoort. Alleen heeft iedereen het wel eens onveilig gedaan, denk ik. Ik heb het zelf ook een keer zonder condoom gedaan en ik slikte de pil ook nog eens niet regelmatig...’ Als je verschillende verhalen hoort uit de maatschappij dan merk je dat dit niet eens echt een geval op zich is. Het is echt de tijdgeest.

Ik geloof niet zo in het soort veilig vrijen van st. SOA. Het is niet echt veilig, niet meer dan vrij (tamelijk) veilig. Je kunt je wapenen tegen de lichamelijke risico’s van het sexuele contact. Al is ook een condoom niet voor de volle 100% veilig. Maar sexueel contact is meer dan het lichamelijke. Je geeft immers het diepste intieme van jezelf weg. Het is niet iets dat je na een aflopende relatie terug kan nemen zoals een kettinkje met je naam er op en dat je vervolgens aan een ander kan geven.

Waar ik in geloof? ‘I believe in sex. I believe in sex as much as possible. I believe in sex as often as possible. I believe in sex as much and as often as possible... but not before marriage!’ Zo begon de takke-herrie-band ‘No Longer Music’ (ze deden hun naam eer aan) in ’91 het nummer ‘No sex before marriage’. Hun show zette wel aan tot nadenken.

Iedereen kent natuurlijk de tekst ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn.’ (Gen. 2:24). Ik ben geen theoloog, maar deze tekst zegt als eerste iets over de huwelijkse relatie tussen man en vrouw. Aangezien er niet iets staat over een huwelijks-ceremonie, ben ik geneigd te concluderen dat de huwelijkse relatie begint bij het verlaten van je ouderlijk huis en het beginnen met het intieme contact met je partner. Ietwat cru gezegd: ‘Het huwelijk begint bij sex in plaats van wachten met sex voor je huwelijk’. Een wat gewaagde en wellicht ietwat uit het verband gelichte conclusie.

Astrid kwam jaren geleden eens op de EO jongerendag een jongedame van de organisatie ‘Ware liefde wacht’ tegen die haar vroeg een papier te tekenen waarmee ze verklaarde voor het huwelijk niet met iemand naar bed te gaan. De dame was nog vrij jong en inmiddels getrouwd, maar had voor haar huwelijk nog maar een half jaar een relatie. Erg opmerkelijk vind ik. Astrid tekende niet omdat ze zich kon voorstellen dat als je de ‘ware’ vindt het naar verloop van tijd er moeilijk wordt om te wachten.

Ikzelf heb een aantal relaties gehad voor ik Astrid leerde kennen. Gedurende een relatie groei je naar elkaar toe, je praat veel met elkaar en knuffelt ook wat met elkaar. Als het dan onverhoopt uitgaat en je vindt een nieuwe relatie dan is het lastig om weer helemaal op nieuw te beginnen. Je hebt dan toch bepaalde verwachtingen van een relatie. In mijn koffiebar tijd heb ik, net als veel van mijn vrienden denk ik, nagedacht over hoe je als Christen tegen sexualiteit aan kijkt. Het was ook toen wel raar dat je anderhalf jaar verkering had zonder met elkaar naar bed te gaan. Helemaal dat je als 19 jarige ‘het’ nog nooit had gedaan.

Toch vind ik het verstandig en belangrijk om te wachten tot je de partner vindt waar je uiteindelijk je leven mee wilt delen (en waarvan je weet dat hij of zij dat ook met jou wilt). Ik vind het zelf niet zo belangrijk dat je ook wacht tot je getrouwd bent (is natuurlijk altijd beter), maar wel dat je ervoor zorgt dat het niet per ongeluk gebeurt (inderdaad, het komt voor). Het is te mooi om het op een onbewaakt moment te laten gebeuren. Spreek daarom met elkaar een moment af en maak dat moment dan extra speciaal. Ik geloof dus wel in sex binnen een relatie die leidt tot een huwelijk. Ik geloof dus wel in veilig vrijen, maar dan volgens de spreuk ‘Vrij veilig, blijf trouw’.

Groet,
Martien van den Akker.

God’s Kroonjuwelen

In mijn koffiebartijd dacht ik eens na over waarom ik Christen ben. Over wat mijn motivatie is om in Jezus te geloven. Is dat om in de hemel te komen? Is dat mijn doel? Ik vond dat nogal beperkt of, kort door de bocht, egoïstisch misschien zelfs.

Laatst vroeg ik deze vraag op catechisatie eens andersom: “Hoe kom je in de hemel?”. Het antwoord was: “Door in Jezus te geloven, dat Hij voor je zonden gestorven is”. En ik vraag me dan af: “Is dat nu het enige?”. Begrijp mij goed: er is maar één manier om tot God te komen en dat is door Jezus. Ik ga hier niet beweren dat er een andere manier is om gered te worden.

Soms hoor je wel eens dat een vrouw van laten we zeggen 23 jaar, een rijke stinkerd trouwt van zo’n 53 jaar. Zo’n kerel die haar vader had kunnen zijn. Van die kerel zeg je dat hij het goed voor elkaar heeft. Van die dame zeg je dan dat ze hem om zijn geld trouwt. Daar zit met mijn vraagstelling misschien wel de crux. Waar gaat het ons om bij God? Gaat het ons om God of om wat Hij ons geeft: het eeuwige leven?

Ik kwam destijds tot de conclusie dat het in “de hemel-komen” voor mij te weinig is. Ik had de neiging om het om te draaien: God is het zelf waard om voor te gaan! Een relatie met Jezus heeft zin, toegevoegde waarde, voor dit leven. En als ik daar dan nog een volgend leven bij krijg dan is dat mooi, maar dan wel in relatie met Hem. En dan kom ik dus eigenlijk uit op Psalm 84:

10 God, ons schild, zie naar ons om,

sla goedgunstig het oog op uw gezalfde.

11 Beter één dag in uw voorhoven

dan duizend dagen daarbuiten,

beter op de drempel van Gods huis

dan wonen in de tenten der goddelozen.

Want al zou je een eeuwig leven in een hemel-soortig verblijf hebben, wat zou dat als het zonder God is? Andersom al zou je een eeuwig leven in de hemel hebben, maar je hebt geen relatie met God hoe zou je daar dan kunnen verblijven? Dan lijk ik te neigen naar het min of meer Arminiaanse Eindtijd beeld dat ik vroeger had. Namelijk dat als je in dit leven niet met God kunt of wilt leven, hoe zou je dat dan in een volgend leven kunnen? Dan kan dat volgende leven er misschien maar beter niet zijn. Oh, wat zeg ik nou?

Maar gelukkig staat in Johannes 3:

14 De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, 15 opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft. 16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.

Nu moet ik zeggen dat het hier volgens mij niet helemaal optimaal is vertaald. Zo wordt hier gesproken over de wereld. Daar gaat iets negatiefs vanuit. Dat verwijst naar de ellende die wij er van gemaakt heeft. Het boze dat wordt geregeerd door de Satan. Maar het grondwoord is Kosmos. En kosmos betekent oorspronkelijk ook “Sieraad”. Ons woord “cosmetica” komt daar ook vandaan. En een Sieraad is iets moois, iets dierbaars. En wat is dat van God? Is dat de narigheid van deze wereld? Zijn alleen wij mensen dat? Volgens mij is Gods sieraad de hele schepping. Hij wil zijn geliefde schepping redden. En daar valt wel wat aan te redden en dat gaat denk ik verder dan alleen ons mensen. Wat ik bijvoorbeeld heel bijzonder vind is dat Johannes het in Openbaringen 21 heeft over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het woord voor nieuw daar (kainos) is gerelateerd aan het werkwoord voor vernieuwen (kainoöo), dus kun je ook zeggen: vernieuwde hemel en aarde. Misschien kun je het hier ook hebben over de “wederopstanding” van de hemel en aarde. Net als dat Jezus na zijn opstanding ook een nieuw/vernieuwd lichaam kreeg, maar nog steeds dezelfde is. Want als God nu zijn schepping wil redden, waarom dan het oude weggooien en een nieuwe maken? Waarom wacht Hij daar dan zolang mee en deed hij dat niet al veel eerder bij Noach, Abraham of Mozes? Ik denk dus dat Hij deze hemel en aarde vernieuwt, opkalefatert. En er valt zeker wel wat te repareren, schoon te maken en verspijkeren, maar dan heb je ook wat.


Maar het gaat niet alleen om de aarde: ook de hemel wordt genoemd. Dat vind ik opvallend, want daarbij hebben we toch het beeld van groene weiden, warme stranden, mooie bomen en liefelijke muziek (bijvoorkeur iets van Jean Michel Jarre, the Art of Noise, Andreas Vollenweider of Mike Oldfield….)? Maar nee, blijkbaar is de hemel ook aan metamorfose toe, nieuwe kleurtjes en/of een herindeling. Ik weet niet of het er wat mee te maken heeft, maar waren de Satan en zijn kornuiten niet opstandige engelen die uit de hemelse gewesten zijn verwijderd? Zouden die nog rommel hebben achter gelaten?

Kortom de hele schepping is aan een vernieuwing toe. Dat lijkt me ook wel duidelijk als je in de wereld om je heen kijkt en bijvoorbeeld zo’n stormachtige dag als afgelopen donderdag (18 januari 2006) mee maakt.

De schepping, dat omvat de hemel en de aarde, de bloemen en de planten, de dieren en natuurlijk de mens, die we beschouwen als de kroon op de schepping. Maar hoewel die mens speciaal is voor God, reikt zijn verzoenende werk verder.

Dat woordje ‘verzoening’ vind ik ook een sleutelwoord. Want op de bewuste catechisatieavond hadden we het over Zacheüs. En Zacheüs liet een ommezwaai zien. Jezus noemde hem en zijn huis in Lucas 19 “gered”:

9 Jezus zei tegen hem: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. 10 De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’

Ook hier staat dat Jezus gekomen is om het verlorene te redden. Dat verlorene wordt meestal op mensen teruggekoppeld en dat is niet onwaar, maar die beperking lees ik hier niet. Bij Zacheüs bleef het ook niet bij geloven. Hij liet zich verzoenen met Jezus en met God, hij kreeg een relatie. En vanuit die relatie, die verzoening veranderde hij zijn leven. Niet andersom. Het gaat Jezus en God de Vader volgens mij om die verzoening. Die verzoening met ons en met de rest van de schepping.

“Tsja”, vraag je dan misschien: “en wat dan met diegenen die zich niet laten verzoenen?” Dan vraag ik me af: wanneer stopt Jezus met zoeken? Als Hij terug komt? Dat is wat de meeste Christenen geloven. Of zoekt Hij in de tijd van Openbaringen 21 en 22 verder?

Zijn kroonjuwelen zijn het Hem waard om een extra mijl te gaan, en nog een, en misschien wel nog een… Tot dat Hij net als de weduwe van de 10 penningen (waar ze vermoedelijk haar sluier mee versierd had) de laatste vermiste gevonden heeft.

Groet,
Martien

Wednesday, July 9, 2008

De Herintredende Apostel

Het hele paasverhaal is een boeiend geheel. We kennen natuurlijk het laatste avondmaal, het verraad, het proces, de kruisiging en de opstanding en daarna de verschijningen. Vanuit de traditie kennen we ook de uitleggingen en de betekenissen van deze verhalen. Er is echter een verhaal waar ik vroeger niet zoveel mee kon, maar wat me wel intrigeerde. Het is het verhaal van de herintredende apostel. Ik heb er al meerdere keren bijbelstudie over gegeven, in verscheidene situaties, maar ik heb het tot nog toe nog niet in een verhaal gegoten. En ik wil het je niet onthouden. Het verhaal is misschien wat mistig, maar de wijsheid ligt aan de oppervlakte (zei hij filosofisch).

Petrus had met grote mond verkondigd dat hij Jezus niet in de steek zou laten. Maar integendeel, hij verloochende Hem driemaal. Het is uit denk je dan, Petrus heeft afgedaan. En inderdaad, zelf dacht hij ook zo en hij ging samen met de anderen maar weer vissen. Nadat bij het meer van Tiberias de wonderbare visvangst had plaats gevonden en Petrus door had dat het Jezus was daar op het strand, wist hij niet hoe snel hij bij Jezus moest komen. Zodat hij over boord sprong en door het water naar Hem toe ging. Toch vraag ik me af of hij zich wel echt op zijn gemak voelde tijdens de maaltijd. Zou hij zich niet toch stilletjes afvragen hoe Jezus over hem dacht?

In elk geval vroeg Jezus aan Petrus drie keer of hij van Hem hield. Petrus gaf Hem drie keer een bevestigend antwoord. En na elk antwoord gaf Jezus hem een opdracht. In de uitleggingen die ik heb gehoord over dit verhaal, voor zover een dominee er zich aan waagde, werd gezegd dat er drie vragen werden gesteld omdat Petrus Jezus drie keer verloochend had. Ik geloof daar niet zo in. Als je van iemand drie tientjes leent, moet je hem drie tientjes betalen, zoveel is me wel duidelijk, maar dat gaat hier niet zo op. De verloochening weegt mijns inziens toch wel erg zwaar. In elk geval woog het zwaar op Petrus ’hart. En het gaat volgens mij al helemaal niet op omdat Jezus niet 3 keer precies hetzelfde vraagt! Jezus vraagt het volgende:

  1. Simon, zoon van Johannes, hebt gij mij waarlijk lief meer dan dezen?

  2. Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief?

  3. Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief?

Ik kwam het eens tegen in mijn bijbelse encyclopedie (klinkt duur). Jezus vraagt twee keer 'hebt gij mij waarlijk lief?' en een keer 'hebt gij mij lief?'. Er zijn in het Grieks echter drie worden voor Liefde. Namelijk:

eros

: zinnelijke, hartstochtelijke liefde

philia

: spontane genegenheid, hartelijke liefde of vriendschap

agapè

: bewuste, gewilde en gevende liefde.

Van het woord eros komt ons woord voor erotiek, maar dit woord komt in het nieuwe testament niet voor. De agapè liefde is de liefde van iemand die zich zelf geeft voor de ander. Philia is de liefde die spontaan in mensen op komt. Als je iemand aardig vindt, als het 'klikt'. Voor agapè is meer nodig, bijvoorbeeld als je een zwerver meeneemt voor een kop koffie. Of als je je leven geeft voor die ander.

Dus toen Jezus vroeg of Petrus van Hem hield met de woorden 'hebt gij mij waarlijk lief', gebruikte Hij het woord agapè, of te wel 'zou je voor Mij door het vuur gaan?'. Je begrijpt, Petrus voelde zich wel zitten. Natuurlijk hield hij van Hem, maar hij heeft met zijn grote mond Jezus wel behoorlijk laten zitten. Dus dat antwoordde hij dan ook en gebruikte daar bij het woord Philia, de 'lagere' variant. Jezus voelde dit natuurlijk ook wel en ik denk dat je kunt zeggen dat Hij Petrus uitdaagde. Zo ging het twee keer maar de derde keer kwam Jezus Petrus tegemoet en gebruikte ook het woord Philia. Jezus begreep ook wel wat Petrus voelde en dat Petrus wel wilde maar voelde dat hij niet voor zichzelf kon instaan. Laat staan voor Jezus. Het is dus niet dat Petrus 3 keer moet betalen omdat hij 3 keer in de fout ging. Het laat denk ik meer zien dat Jezus ons zo geweldig goed doorziet en dat Hij Petrus voorzichtig wilde laten zien waar de sandaal wrong.

Waarom Jezus nu in die volgorde en op dat moment de drie opdrachten aan Petrus gaf weet ik niet, precies. Vermoedelijk was dit het moment van Jezus om Petrus er weer bij te betrekken. Petrus voelde zich op dat moment vermoedelijk bijzonder afhankelijk van Jezus. En dat is het moment om een taak te krijgen.

Maar wat voor opdracht had Jezus voor ogen? Hij zegt namelijk:

  1. Weid mijn lammeren

  2. Hoed mijn schapen

  3. Weid mijn schapen

Wie bedoelde Jezus met de schapen en lammeren? De goede herder bedoelde daar uiteraard zijn gemeente mee. Daarin vindt je mensen die er al vanaf het begin bij zijn, de oudere christenen, de schapen. Er zijn er ook bij die nog niet zo lang Christen zijn, de lammeren.

Wat is weiden? Ik ben geen professioneel herder, maar ik denk dat als je schapen weidt, dan breng je ze naar het veld waar ze naar hartelust kunnen grazen. Je geeft ze dus te eten of zorgt dat ze te eten krijgen. Met voeden (eten geven) wordt in de bijbel ook vaak onderwijzen bedoeld. Met andere woorden: bijbelstudie geven. Dat is voor jongere christenen natuurlijk een ander verhaal dan oudere christenen. Maar ook die ouderen weten niet alles en moeten wel eens bijgestuurd worden. Ook die ouderen hebben voeding nodig. Later beschuldigde Petrus de oudere Christenen dat ze zelfs nog op Nutricia niveau zitten…

Schapen hoeden betekent, denk ik, dat je ze beschermt (behoedt) voor gevaar, maar ook ergens naar toe leidt. Van de stal naar de wei of andersom, of van de ene wei naar de andere. Als gemeente maak je natuurlijk ook een reis door, met verschillende doelen. Er moeten keuzes gemaakt worden en visies worden ontwikkeld. Als hoeder begeleidt je daar in. Je behoedt voor gevaren en leidt visionair naar daar waar de gezonde, groene weiden zijn. Waar elk schaap en elk lammetje voorspoedig zichzelf kan ontplooien.

Even terug naar het grotere geheel. Petrus ging weer terug naar zijn oude vak, waar hij zich op zijn gemak bij voelde: “Dat kan ik tenminste!”. En het lukt niet! Geen vis! Het was Jezus die de vangst moest zegenen. Maar toen Petrus bij Jezus kwam was er al eten! Jezus had er zelf al voor gezorgd! We voelen onszelf soms nietsnutten, niet kapabel voor ons eigen werk, laat staan het werk van Jezus. Ik maak zelf mee dat het me de laatste tijd op mijn eigen werk slecht wil lukken. Dat wat normaal gewoon vanzelf gaat, mislukt om wazige redenen. Maar Jezus moet mijn werk zegenen. Ik moet het alleen in Zijn handen leggen. Als ik mijn vijf broden en twee vissen maar aan Hem geef. En dan nog heeft Hij die niet eens nodig want Hij voorziet desnoods zelf.

Er zijn bedrijven die graag ervaren mensen aannemen. Die hoef je niet meer op te leiden, die weten al zelf wel wat ze moeten doen. Je koopt gewoon kennis in. Er zijn ook bedrijven die graag talentvolle mensen aannemen, die net van de Hogeschool of Universiteit komen. Die kunnen ze dan mooi opleiden in hoe zij vinden dat het werk gedaan moet worden. Maar, kijk nou eens naar Petrus. Nou niet bepaald iemand met een universitaire opleiding 'schapen hoeden'. Hij is wel door Jezus als hoofd van de gemeente gesteld, maar hij was niet meer dan wij zijn. Het valt me wel eens op dat Jezus mij inzet of vraagt voor dingen waarvan ik vind dat ik het helemaal niet goed kan. Soms is dan de motivatie dat anders niemand het doet. Of omdat er niemand is om het te doen. Misschien herken je dat wel. Heb je je dan wel eens afgevraagd dat Jezus misschien niemand anders dan jou wil gebruiken?

Wat ook opvalt in dit verhaal, is dat Jezus de liefde van Petrus voor hem koppelt aan de opdracht van het zorgen voor zijn kudde. Blijkbaar is dat wat Jezus zoekt. Mensen die uit liefde voor Hem aan de slag gaan. Dus het gaat blijkbaar niet om competentie. Het gaat ook niet om of je succesvol bent of gekwalificeerd bent in jouw eigen ogen. Maar Jezus wil een competence-centre in de Liefde. En misschien is Philia wel helemaal niet een lagere vorm van Liefde dan Agapè. Want Agapè is gebaseerd op wilskracht. En dat brengen wij niet altijd op. Jezus bracht dat ten volle voor ons op. Maar Philia komt recht uit je hart. Van harte gaf Petrus zich over aan Jezus. En laten wij van harte aangesproken zijn door onze Heer en onze roeping uit Liefde voor Hem, met Liefde voor elkaar en onze gemeenteleden, aanvaarden.

Groet,
Martien van den Akker


God’s Operating system

Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien. Rom 1:20a.

Eerst even een waarschuwing: dit wordt waarschijnlijk een technisch stukje. Maar ik wil deze gedachten toch eens op papier zetten.

Al weer bijna 20 jaar geleden ging ik naar de HTS, toen net omgedoopt naar T.H. Rijswijk. Op de Havo vond ik Natuurkunde al het interessantste vak, maar de Technische Universiteit leek me gewoon wat te afstandelijk, te abstract, dat ik koos voor de HTS variant: Technische Natuurkunde. Ook al was het dan HBO, Natuurkunde is een wetenschappelijk vak waarin veel theorieën worden behandeld en dan ook vaak vanuit een niet-christelijk perspectief. Dat bracht al wel vroeg de vraag in mij op: ‘Hoe ga ik daar nu mee om? Is, en zo ja hoe, wat ik leer strijdig met mijn geloof?’ Nu studeerde ik geen biologie, dus de evolutieleer kwam niet aan de orde. Daar geloofde ik toen al niet in, maar ik verwachtte toch wel vergelijkbare ideeën tegen te komen. Ik ging er vrij veel over nadenken, daar had ik op de fiets naar huis ruimschoots de tijd voor. Ik woonde namelijk in Maasland en het was toch 17 km. fietsen naar Rijswijk. In die tijd ben ik ook begonnen met het schrijven van stukjes.

De Relativiteitstheorie van Einstein kwam aan bod, maar met name in de Kwantummechanica (de leer van de subatomaire deeltjes) zijn er veel vreemde verschijnselen te verklaren. Zo is er de onbepaaldheidsrelatie van Heisenberg, die de relatie legt tussen de impuls en de plaats van een deeltje: hoe zekerder je de plaats van een deeltje weet, hoe minder zeker je de impuls (snelheid maal massa) ervan weet en andersom. Onder andere op basis van de Kwantummechanica werd nog al eens beweerd dat God niet bestaat. Het gaat dan ook over de natuur waarbij je op de grens zit van wat je nog kunt meten. Om iets te zien, te voelen of te meten moet je interactie plegen met het onderwerp. In de Kwantummechanica is alles zo klein dat wanneer je met die (energie-)deeltjes interactie pleegt zijn ze weg ook.

Zoals ik al zei ben ik er veel over gaan nadenken en lezen en gaandeweg kwam ik er eigenlijk achter dat het vaker voorkomt dat de wonderen in de Bijbel door wetenschap wordt bewezen dan dat de wetenschap de Bijbel weg-bewijst. Daar waar de wetenschap met theorieën komt die tegen Bijbelse doctrines in gaan dan betreft het ook altijd niet meer dan theorieën, dus geen echte bewijzen. Even tussendoor: de Relativiteitstheorie (waar onder andere ook het kernsplijtingsproces op is gebaseerd vanwege het bekende E=mc2) is een te bewijzen theorie, maar die de wetten van Newton verfijnt, maar die de Bijbel niet tegenspreekt.

Ik heb er eigenlijk voor mezelf een theorietje voor verzonnen. Als je kijkt naar een computer dan heb je aan de machine zelf eigenlijk niets. Je moet er eerst een besturingssysteem op installeren, zoals MS-Dos of Windows of Linux. Dat besturingsysteem (of Operating System, OS) zorgt er voor dat we met die computer kunnen communiceren, hem dingen kunnen laten doen. Ook een applicatie als Word kan pas wat doen onder een OS. Word hoeft dan alleen maar tegen het OS te zeggen: ‘zet een A op het scherm’ en het Operating System zorgt er dan voor. De programmeur van Word hoeft dan niet zelf het hele diepe achterliggende technische proces van het zetten van een letter op het scherm te maken. Daar staat tegenover dat de applicatie alleen maar dat met de computer kan wat het besturingssyteem toelaat. Windows NT 4.0, wat jaren geleden op mijn Laptop stond, ondersteunt geen Infra Rood. Dus hoewel er een electronisch oogje op mijn laptop zat, kon ik er niets mee. Ook kan je als gebruiker op het systeem of op het aangesloten netwerk alleen dat doen waar de Systeembeheerder je rechten voor heeft gegeven.

En zo zie ik de Natuur ook: God heeft door de natuurkundige krachten ons een soort interface gegeven met de natuur. We kunnen zo met de natuur communiceren en omgaan. We merken ook dat we daar in beperkt zijn, omdat we als mens aan diezelfde krachten onderworpen zijn. Zo kunnen we niet alles zien, voelen, ervaren en meten. De wetenschap laat ons zien dat daar een grens aan is. En die grens wordt door God overstegen. Hij heeft het ontworpen en gemaakt, maar is er zelf niet aan onderworpen.
We geven Nobel-prijzen aan mensen die voor een bepaald wetenschappelijk vak gebied iets bijzonders betekend hebben, of die iets nieuws hebben uitgevonden. Ik geloof niet dat wij mensen op wetenschappelijk gebied iets uitvinden. Ik geloof dat God ons steeds iets meer van Zijn Natuur laat zien. Hij geeft ons als het ware steeds meer gebruiksrechten om iets te zien en te ontdekken van waar we tot dan toe nog niet in het systeem zijn geweest. En Hij laat ons steeds weer een stukje van zijn Handleiding zien of opnieuw interpreteren. Zo is Hij niet alleen de Systeem Ontwerper maar ook de Systeem Beheerder. En dat is een heel bevrijdend en veilig gevoel.

Bevrijdend omdat ik nu naar de Natuur kan kijken zonder bang te hoeven zijn dat ik tegen iets aan loop wat mijn geloof in de weg staat. Nee, het is eerder dat je verwachtingsvol wetenschap kunt bedrijven en denken: “Wat kunnen we nu verder nog meer ontdekken in Zijn Natuur; wat heeft God verder nog voor ongelooflijks voor ons in petto?”. Er zijn zat verhalen die uitwijzen dat wonderen in de Bijbel echt zijn gebeurd. Je kunt dan denken dat het dan dus niet zo’n wonder was omdat zo’n wonder Natuurkundig of Geologisch te verklaren is. Het maakt het echter toch niet minder wonderlijk, omdat je zo’n wonder in de tijd van onwetenheid moet plaatsen. Het is echter ook weer zo dat de Natuur zelf zoveel wonderen kent die het geloven weer makkelijker maken.

Het is ook veilig te weten dat God de Systeem Beheerder is. Zo weten we dat Hij de aarde in Zijn hand houdt en we als mensheid een hoop narigheid kunnen uithalen en we hebben ook zelf verantwoordelijkheid voor de natuur, maar God bewaart nog altijd de aarde. Ik kan me nog de acties tegen kernwapens in de jaren tachtig herinneren. We kunnen een hele berg van dit soort wapens hebben en een malloot aan de knop die elk moment door kan slaan. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord [waardoor God de hemel en aarde heeft geschapen] als een schat weggelegd ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang goddelozen mensen. ([2 Petr 3: 7). Met andere woorden God’s Operating System is nog eens goed beveiligd tegen kwaadwillende hackers ook! Goed, he?

Toch wel een leuk blad, dat ‘de Kijk’…..

Groet,
Martien van den Akker

(PS. Ik zit nu al jaren in de automatisering, dus mijn Natuurkunde is aardig weggezakt….)

Het horloge

Ik heb eens een verhaal gehoord en dat ongeveer ging zo.
Er was eens een wetenschapper, die een tot dan toe nog onontdekte stam ontdekte. Hij zat op een verhoging van waaruit hij de stam goed kon overzien. Hij liet zijn horloge vallen, die op een gegeven moment werd ontdekt door een stamlid. Deze had zoiets natuurlijk nog nooit gezien en ging er mee naar de medicijnman en de dorpsoudsten. Het ding werd onderzocht en bekeken. Ze vonden het een mooi ontwerp, degeen die het ding had gemaakt moest wel inzicht in schoonheid hebben. Verder was het erg wonderlijk, want het bewoog ook nog. De maker moest wel erg groot en verstandig zijn. Na een paar dagen ontdekten ze dat het ding ook wat te doen had met de zon en de maan, want de zon kwam op en ging onder bij bepaalde standen van de wijzers. Deze ontdekking gaf ze wel helemaal veel bewondering voor de maker. Het bijzondere in het hele verhaal was dat de mensen, die nog nooit het horloge hadden gezien, er geen moment van uit gingen dat het ding er zomaar plotseling bij toeval was. Het had echt een oorsprong bij een maker. Zo is het denk ik ook met de dingen om ons heen; met de mensen, de dieren, de bomen en planten. Dat kan toch niet allemaal toevallig ontstaan zijn. Romeinen 1:20 zegt, dat we alles van de onzichtbare schepper, vanaf de schepping, uit zijn daden met verstand kunnen doorzien.

Tuesday, July 1, 2008

Geloven op Gevoel?

Een aantal jaar geleden (in 2000) had de E.O. een interessant discussie programma. In het programma sprak ds. Schouten met zes jongeren over geloofsvragen. ‘Geloven met verstand’ heette het en de vragen gingen over de punten in het geloof die altijd weer leiden tot argumenten tegen het geloof. Er was een keer een aflevering over de Opstanding, een keer ging het over ‘Geloof en Wetenschap’ en een keer was de titel van de aflevering ‘7 vragen over de hemel’.

Ik heb me altijd wel met dergelijke onderwerpen bezig gehouden. Het heeft me altijd geboeid na te denken over de waarheid van het geloof en de bijbel. Niet dat ik twijfel over het bestaan van God en zijn invloed op ons leven, maar de boeken die ik las en de mensen die ik er over hoorde gaven voor elk argument tegen het geloof weer meer tegenargumenten tegen dat argument. Het is ook immers mooi om te geloven dat God de aarde en de natuur heeft geschapen en dan te ontdekken dat de wonderen in de bijbel staan uiteindelijk toch ook wetenschappelijk blijken te kloppen. Eigenlijk geloof ik ook dat wetenschappers niets uitvinden, maar dat God alles heeft uitgevonden en steeds een stukje van zijn schepping aan de wetenschappers laat zien.


In de aflevering over de Opstanding kwam als tegenargument naar voren dat de evangeliën elkaar tegenspreken. Eigenlijk wordt dat vaak ook over de rest van de bijbel gezegd. Ikzelf heb dat eigenlijk nooit zo gezien, al is het wel zo dat de evangeliën het verhaal van Jezus elk van een ander perspectief belichten. En daardoor krijg je inderdaad discrepanties. Ds. Schouten vertelde echter het verhaal over een rechtszaak die laatst in Nederland speelde. Er kwamen twee getuigen in voor en de politie had verzuimd deze twee uit elkaar te houden. Tijdens de getuigenissen bleek dat beide verhalen naadloos op elkaar aan sloten. De rechter vond echter dat de verhalen zo identiek waren dat de getuigenissen onontvankelijk (zo heet dat geloof ik) verklaard werden. Met andere woorden: dat de evangeliën op bijzaken van elkaar verschillen is geen tegenargument. In tegendeel volgens ds. Schouten maakt het de evangeliën juist geloofwaardiger. Want waar het eigenlijk om gaat: dat Jezus Gods Zoon is, dat Hij voor ons gestorven is en dat Hij is opgestaan, daar zijn de evangelisten het met elkaar over eens.

Het deed mij ook denken aan het volgende. Ik deed in 1999 een cursus Commerciële Relatievorming. Daarbij moesten ik en de andere cursisten een zogenaamde persoonlijkheidsinventarisatie maken. Je vult dan een vragenlijst in en aan de hand van een puntenberekening krijg je een score op een aantal hoofdeigenschappen. Het levert een zogenoemd persoonlijkheidsprofiel op.

De test gaf bij mij aan dat ik bij mij de nadruk op “denken en zintuigen” ligt, terwijl ik van nature eerder voelend en intuïtief ben. Dus ik legde dat aan de cursusleider voor en hij stelde voor iets anders te proberen. Hij liet mij een plaatje zien en vroeg me wat ik er op zag. Ik zag een beekje met een brug er over en op die brug waren twee auto’s op elkaar gebotst een van die auto’s was een veewagen met schapen en er vloog van alles in het rond. Er renden schapen rond en het was een drukte van belang met reddingswerkers geloof ik en schrik van het ongeluk. Ik vertelde dat zo en hij zei: “Nou, dan ben je dus een voel/intuitief mens”. Ik vroeg hoe hij dat zo kon zeggen. “Iemand die een denk/zintuiglijk karakter heeft, heeft geteld hoeveel schapen hij ziet en verteld over de kleur van de auto’s.” Hmm, opmerkelijk!


Nu is zo’n test en helemaal het voorbeeld van het plaatje wel kort door de bocht: je kunt natuurlijk niet aan de hand van een vragenlijstje en zo’n testje bepalen hoe iemand wezenlijk in elkaar steekt. Wel geeft het duidelijk aan waar bij iemand de nadruk ligt op de hoofdeigenschappen in een karakter. Je krijgt daarnaast ook wel een goed beeld van hoe je blijkbaar tegen dingen aankijkt. Ik haal echter dit voorbeeld ook aan omdat het laat zien hoe verschillend mensen dus naar dezelfde gebeurtenissen aan kunnen kijken. Neem nu de vier evangelisten. Lucas was een dokter, een arts. Hij heeft het leven van Jezus niet van nabij meegemaakt, maar heeft duidelijk onderzoek gedaan naar de verschillende getuigenissen en heeft de verhalen op een wetenschappelijke en gedetailleerde manier op een rijtje gezet. Johannes daarentegen was duidelijk een gevoelsmens. De apostel van de liefde heeft het evangelie opgeschreven vanuit de Liefde van God en ook vanuit de Griekse filosofie (kijk maar naar Johannes 1 en 3:16). Mattheüs was niet zo wetenschappelijk als Lucas, maar wel weer objectiever en gedetailleerder dan Marcus, die een beknopte versie van het evangelie gaf. Alle vier heel anders van benadering met hier en daar een verschil. Maar doordat de vier boeken op andere punten de nadruk leggen vullen ze elkaar perfect aan, zowel in het geven van een compleet beeld als in betrouwbaarheid.

En dat spreekt mij zo enorm aan in hoe God de bijbel heeft laten samen stellen. Niet alleen heeft Hij er voor gezorgd dat de verhalen toegankelijk zijn voor ons “+21-ste eeuwers”: mensen van deze tijd, als voor de “-21 ste eeuwers”: de tijd genoten van de aartsvaders, van alle mensen voor hen en alle mensen dien nog na ons komen. Maar ook heeft God er voor gezorgd dat de bijbel het betrouwbaarste geschiedkundige geschrift is dat er bestaat. Ongelofelijk veel betrouwbaarder dan alle geschriften van vergelijkbare leeftijd. Verstand en gevoel gaan bij mij in het geloof samen. “Heb de Here lief met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand”. Je gevoel en je enthousiasme laten het in het geloof nogal eens afweten. God lijkt nogal eens ver weg. Je bent wel eens moe en niet zo gemotiveerd. Dan is het goed om met je verstand jezelf bij je “lurven en kladden” te pakken en tegen jezelf te zeggen: “kijk eens op dat en dat vlak is het Christendom nu een maal de meest waarschijnlijke religie en op die en die momenten was God toch ook duidelijk aanwezig. Dus weg met die twijfel en gaan!”.

Met vriendelijke groet,
Martien van den Akker


1993-01: Stop Aids, Blijf Trouw!

Deze titel kreeg ik onder ogen in het blad 'Schreeuw om het Leven' dat ik in handen kreeg. Het verwoort aardig de tegen­strijdigheid die tegenwoordig in de maatschappij heerst. Er wordt hevig campagne gevoerd tegen aids. Dit wordt vooral gedaan door reclame te maken voor veilige sex. In feite bevordert deze reclame wel de visie voor Vrije veilige sex. Of wel, ordinair gezegd: "Ga vooral met diegene naar bed die je begeert, maar doe het dan wel veilig".
Aids (en andere sexueel overdraagbare aandoeningen) preventie staat bovenaan, in een maatschappij waarin de het aantal echtscheidingen het aantal huwelijk-afsluitingen dreigt te overschaduwen, waarin samenwonen een logisch gevolg op het aantal echtscheigingen is en waarin vrije sex gepropageerd wordt.

Genesis blijft ook in deze tijd een inspirerend boek. Vooral de tekst die gaat over de Huwelijks-inzetting door God houdt mij bezig: 'Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn. (Gen. 2: 24)'
Blijkbaar is dit voor God de definitie van een huwelijk: Een man gaat zijn vrouw aanhangen, bij zijn vrouw wonen. En een uiterlijke kenmerk is dat zij tot een vlees zullen zijn. Dit laatste is een gave, een recht voor het huwelijk. Het bij elkaar wonen ook, maar de daaruit voortvloeiende verantwoorde­lijkheid voor elkaar is een plicht. Wanneer je de rechten van het huwelijk opneemt, neem je automatisch ook de plichten van het huwelijk op. Dus als je gemeenschap hebt met elkaar, neem je feitelijk ook de verantwoordelijkheid voor elkaar op. In feite zou je kunnen zeggen dat je dan, voor Gods ogen, ge­trouwd bent. Toen er nog geen burgelijke stand was en ook geen kerk is dit het voltrekken van het huwelijk: het opnemen van de rechten en de plichten.
Wij mensen moeten elkaar altijd met contracten ergens aanhou­den. Daarom leggen wij het huwelijk op papier vast, zodat we elkaar daaraan kunnen houden. Dit geeft dan juridische ver­plichtingen, wanneer dat huwelijk ontbonden zou worden.

Mensen gaan tegenwoordig daarom eerder samenwonen, omdat ze het huwelijk kunnen 'uitproberen', omdat ze geen geld hebben voor een bruiloft, of misschien om andere redenen. Wanneer het niet blijkt te werken, kunnen ze uit elkaar gaan zonder dat de een de ander op plichten kan wijzen, want die staan immers niet op papier. Men heeft toch niets getekend? Echter voor God zijn ze getrouwd op het moment dat ze de rechten en de plich­ten opnamen. Als ze uit elkaar gaan plegen ze voor God dus echtbreuk.

In 2 Tim. 3 zegt Paulus dat een ouderling of diaken een man van één vrouw moet zijn. Je zou vlug kunnen concluderen dat hij dan niet homosexueel mag zijn. Dit is een wat al te vlugge conclusie (hoewel niet direct verkeerd). Even later zegt Paulus namelijk dat de oudste zijn huis goed moet kunnen bestieren. Hoe kan hij anders de gemeente goed besturen? In het licht van het hier boven staande zou je kunnen een ouder­ling kunnen bedenken die netjes volgens de wet getrouwd is, maar zijn heil zoekt bij een tweede vrouw. Met die tweede vrouw is hij voor de wet dan niet getrouwd, maar vanwege de rechten die hij opneemt wel voor God. Zo iemand kan zijn verantwoordelijkheden niet dragen. Immers hij neemt rechten op bij twee vrouwen, terwijl hij bij maar een vrouw de plichten opneemt. Ook bedriegt hij een vrouw.

Het is al te makkelijk gezegd dat AIDS e.d. een straf van God is. Dit is denk ik ook niet zo. Toch is het natuurlijk niet voor niets dat God zo veel waarde hecht aan het huwelijk tussen man en vrouw. Hij waarschuwt niet voor niets tegen echtscheiding. Hij verafschuwt niet voor niets hoererij etc.

Net als dat Hij voorspelt had dat de mens zou sterven wanneer hij van de "boom van de kennis van Goed en Kwaad" zou eten, zo weet Hij als geen ander de gevolgen van andere zonden waar Hij voor waarschuwt.

Natuurlijk, het gaat wel eens mis bij een huwelijk. Een vrouw trouwt met een man die niet bij haar past, het huwelijk loopt stuk. Ook worden vrouwen tot gemeenschap gedwongen. We leven in een gebroken wereld. Het vraagstuk wordt daarom niet direct opgelost door je te houden aan de regels in de bijbel. Maar dit wordt nog minder opgelost door de vrij veilig campagnes.
De regels van de bijbel zijn om ons te binden, maar juist om te bevrijden. Om ons een hoop leed te besparen.

Laten we daarom genieten van de gaven van God zoals Hij ze ook bedoeld heeft.

Martien v.d. Akker.

PS. ook uit de oude doos, januari 1993