Thursday, May 22, 2008

Abraham ontmoet God

Je leert een leuke meid of jongen kennen en er ontstaat een liefde. Wat ga je dan doen? Uiteraard wil je zo vaak mogelijk bij elkaar zijn. Je leert elkaar kennen, ontdekt wat je allebei leuk vindt. Maar als de liefde dieper wordt dan raak je meer gericht op die ander. Je wilt ontdekken wat die ander belangrijk vindt, wat die ander drijft. Want je wilt die ander tot zijn of haar doel, bestemming of recht laten komen. Tenminste, dat is in een gezonde liefdesrelatie. Het is immers niet zo handig als je een relatie krijgt met iemand die voor ogen heeft om zendeling in diep, donker Afrika te worden, terwijl je zelf bezig bent om wetenschapper op een laboratorium in een vooraanstaande Universiteit te worden. Je hebt zelfs al geïnvesteerd in de bijbehorende garderobe: de sokken-la ligt al vol met geitenwollen exemplaren. Zelf heb ik ooit eens meegemaakt dat een verkering uit ging omdat ik niet “maatschappijkritisch” genoeg was. Je ziet: in een gezonde relatie is het belangrijk en interessant, maar ook spannend, om te ontdekken waar het die ander omgaat. Om daar dan in betrokken te raken en samen die weg te gaan.

Als oprechte christenen willen we een relatie opbouwen met onze Heer. We geloven en weten dat Hij dat ook wil. Hij wil betrokken worden in ons leven, dat wij Hem daar in betrekken. En Hij wil ons daarin zegenen, toch? Merk je dat als ik deze waarheid zo neerzet, dat die relatie dan gericht is op ons mensen? Dat wij tot ons recht komen en dat wij ons doel halen? Maar waar gaat het God nu om? Wat zijn Zijn plannen en waar werkt Hij nu naar toe? En waar wil Hij ons bij betrekken? Heb je jezelf dat wel eens afgevraagd? Of beter: heb je Hem dat wel eens gevraagd?

Abraham was een man die zich door God liet uitdagen om betrokken te raken bij Gods wereld-plannen. Plannen die de wereld-tijden omvatten. Hoe dat in zijn werk ging kun je bijvoorbeeld lezen in Genesis 18: 16-33, waar God met Abraham in gesprek ging over Sodom en Gomorra. Een overbekend maar opmerkelijk verhaal als je het mij vraagt, waar ik hier en daar wel wat vraagtekens bij heb.

Het eerste wat opvalt is dat God het initiatief nam. Hij ging naar Abraham toe om Abraham bij zijn plannen omtrent Sodom en Gomorra te betrekken, omdat Hij met hem verder wilde gaan. Abraham moest de weg die God zou wijzen doorgeven aan zijn nakomelingen. God wees de weg aan Abraham en hij onderwees diezelfde weg aan zijn nakomelingen.

Wat bij mij vervolgens met een nog groter zwaailicht en sirenes opvalt is Gods opmerking dat Hij naar Sodom en Gomorra wil gaan om te onderzoeken of de beschuldigingen waar zijn die tegen die steden zijn geuit. Weet Hij dat dan niet? Hij is toch de almachtige en alomtegenwoordige God die alles in Zijn hand heeft? De retoriek lijkt me duidelijk.

Stel je eens voor dat God had gezegd: “Abraham, die mensen daar maken er een zooitje van: Ik ga die steden verwoesten.”. Dan had Abraham kunnen zeggen: “Okee. Bedankt dat U het mij laat weten. Vervelend, maar succes.”. God bood Abraham echter een opening om met Hem in gesprek te gaan.

Je zou ook kunnen zeggen dat God hier antropomorfisch handelde. Een moeilijk woord, dat inhoudt dat God zichzelf als een mens representeert. Naar de mens gesproken, kun je zeggen dat God zichzelf hier weerspiegelt als iemand die de rechtmatigheid van zijn voornemen gaat vaststellen.

Abraham ging in op Gods uitnodiging en beriep zich op God’s rechtvaardigheid, Zijn Tsedeka, om in de bres te springen voor de onschuldigen. Tsedeka is het Hebreeuwse woord dat wordt vertaald met rechtvaardigheid. Het betekent echter veel meer dan dat: het betekent zoiets als “meer doen dan van je verwacht kan worden”. De tweede mijl gaan, en eventueel een derde. Vervolgens ging Abraham met God in “onderhandeling”. Maar is dat werkelijk zo? Laat God met zich onderhandelen? En Abraham zette zichzelf overigens ten opzichte van God op de juiste plaats: hij rekende zichzelf tot “niets dan stof”. Hoewel Abraham voor ons een groot man was, is hij toch mens. Dus wie is hij dat hij tegen God in kon gaan? En, sorry dat ik ondeugende vragen stel, is het niet zwak van God dat Hij zijn plannen af laat hangen van een mens? Is dat eigenlijk ook wel zo? En als er nu toch 45 rechtvaardigen waren, en Abraham was niet op Gods uitnodiging ingegaan, had God dan Sodom verwoest? Of wìst God dat er toch niet zoveel rechtvaardigen waren en kon Hij “veilig onderhandelen”?

Ik denk dat Abraham hier laat zien dat hij door heeft wat er in Gods hart is. Dat God geen onrechtvaardigen verloren laat gaan. En Abraham berust daar ook niet in. Abraham denkt met God mee en beroept zich dan ook op het karakter van God.

Maar Sodom en Gomorra dan? Is het daarmee afgedaan? Opgeruimd staat netjes? Als je uitzicht wilt hebben op Sodom en Gomorra, moet je maar eens naar de Dode Zee gaan. Daaronder liggen die steden. Een grote zout boel. Je zou zeggen dat daar weinig hoop is.

Toch moet je maar eens lezen in Ezechiël 16 vanaf vers 53. Daar staat dat Sodom en haar dochters hersteld gaan worden! Hoe kan dat nu? God is echt een Tsadiek! God gaat ons rechtvaardigheidsgevoel ver te boven. Na oordeel komt hier herstel voor Sodom. Net als dat God ooit Jeruzalem en haar dochters gaat herstellen. Weliswaar door schaamte en schande heen. Maar dat is de loutering, de rechtvaardiging waar Jeruzalem, maar ook wij, doorheen moeten. Na oordeel komt genade!

En Abraham snapte dat. Volgens Jezus (Johannes 8:56) heeft Abraham zicht gehad op zijn komst en zich daarin verheugd.

Snap je waarom ik onze geweldige God beter wil leren kennen? Hij heeft een plan waarin Hij ons wil betrekken. Als geestelijke nakomelingen van Abraham. En reken maar dat God de tweede mijl gaat. En een derde... en als het moet een vierde... en eventueel .... Maar Zijn doel bereiken zal Hij. En daar wil ik bij zijn.


(dit onder de motto's: laat ik mijn oudere artikelen ook eens plaatsen en het is weer tijd voor een update).

Sunday, March 23, 2008

De scheppingskracht van Gods Woord

Waarin zit de scheppingskracht van God? Een rare vraag misschien? Wellicht ook volstrekt irrelevant. Toch was dat de insteek van een grappige discussie die ik laatst met een vriend had. Tenminste: ik vond hem wel grappig. Het gesprek ontstond door een opmerking van hem, waarin hij zei dat hij vernomen had dat het mogelijk was om door middel van geluidsgolven licht te laten ontstaan in materie. Je laat geluidsgolven los op materie, laten we zeggen een bepaalde vorm van plasma, een gel-achtige substansie en dat levert dan licht op. Voor hem was dat een aanwijzing dat woorden dus scheppingskracht konden hebben. Dat daarmee Genesis 1 zo inderdaad een stuk aannemelijker is.

Ik heb vroeger Technische Natuurkunde op de Technische Hogeschool (voorheen HTS) gestudeerd. Het verschijnsel dat ik hierboven schets ken ik niet. Wel lijkt het op een eigenschap die stoffen als robijn (en dan niet het schattige wasmiddelbeertje) hebben. Wanneer je met holle spiegels licht door robijn heen en weer kaatst dan ketsen de lichtdeeltjes (fotonen) tegen de robijn-atomen. Een specifieke frequentie van die fotonen zorgt ervoor dat bij het absorberen van zo'n foton het atoom er even later 2 uitzendt. Dus robijn absobeert er 1 en zendt er 2 uit. Zo fungeert robijn voor die specifieke frequentie als een licht versterker. Wanneer je nu een fractie van dat licht aan 1 kant doorlaat (1 van die holle spiegels is een heel klein beetje licht doorlatend) en je bundelt dat door een aantal lenzen tot een mooie dunne straal monochromatisch licht dan heb je een laser.

Of dit met geluid ook kan, betwijfel ik enigszins. Daarbij heeft geluid ook materie - een stof - nodig om zich te kunnen verplaatsen. Dat kan een metaal zijn. Zo legden Indianen hun oor op een spoorstaaf om te horen of er een trein aan komt. Dat heb ik uit betrouwbare bronnen: mijn Arendsoog (J. en P. Nowee), Old Shatterhand en Winnetou (Karl May) boeken, dus dat kan haast geen mythe zijn (voer voor de myth-busters). Maar voor het dagelijksgebruik hebben we daarvoor onze atmosfeer, de lucht. En dat brengt me op het volgende. Zoals wijlen Arthur C. Clark (science fiction) al zei: “op de maan kan niemand je horen gillen”. Waarom niet? Omdat er op de maan geen atmosfeer is, geen lucht. Geluid komt daar dus niet ver. Dat zou betekenen dat God op de maan geen scheppingskracht zou hebben. Het zou dan ook uiterst onverstandig zijn om boven op een berg een genezingsdienst te organiseren. Want de lucht is daar ijler, geluid draagt minder ver, is minder intensief. Het is daarom dan wellicht ook aan te bevelen om op de weerberichten te letten. Een genezingsdienst in een hogedruk gebied is misschien krachtiger dan bij een depressie.

Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat God beperkt is tot deze natuurkundige verschijnselen. God is immers ook de grondlegger van deze natuurkundige principes. Dus zijn scheppingskracht kan nauwelijks in de natuurkundige verschijningsvormen zitten waarmee zijn woorden worden overgedragen. En waarmee wij genezing trachten af te roepen en/of smeken over onze zieken.

Het moet hem dus meer zitten in de Geestelijke Waarheid van die woorden zitten.

Wie of wat is die Geestelijke Waarheid dan? Ik denk Degene die zegt dat Hij de Waarheid is. Het is namelijk Degene die Johannes in Johannes 1, de Logos noemt. In een eerder artikel heb ik al eens uitgelegd dat Johannes daarmee de Grieken aansprak. Zij kenden de Logos namelijk als een god die alles schiep en die de schepping in zijn hand hield. Iemand anders dan de Oppergod. Johannes gaf aan dat de Grieken niet zover van de Waarheid afwaren. Want die Logos, die god, is in Jezus mens geworden. Je begeeft je dan ook enigszins op glad ijs wanneer je het Logos vertaalt met “woord”. Want dan wordt het een abstract begrip (woord is in het Nederlands ook onzijdig). Terwijl Logos een naam is. De naam van een god. Laat ik dat hier ook eens neerleggen. Johannes noemt de Logos (Jezus dus) god. In Johannes 1 zegt hij namelijk dat de Logos god was. Daarin zit meteen een interpretatie probleem. Want hij zegt niet dat Jezus en God dezelfde eenheid zijn. Hij zegt dat God god is en Jezus is ook god.

Er was eens in een dorpje een bakker. Wanneer je hem tegenkwam zei je: mogge Bakker. Wanneer je hem sms-t dan tikje: “Goeiemoggel Bakker, 1 kiklo meelk”. Dat was de bakker. Maar hij had ook een zoon, en die ging na de kokschool te hebben doorlopen bij zijn vader in de zaak werken. Zijn vader was de bakker. En omdat hij een diploma van de bakkerschool had, was hij dus ook bakker. Maar als je het over de bakker hebt, dan heb je het nog steeds over zijn vader. Het is belangrijk die twee uit elkaar te houden. Al zal de zoon de boodschap ook wel aan de vader overbrengen. Want ze werken allebei aan dezelfde zaak.

Zo is Jezus niet dezelfde als God de Vader. Jezus was wel god. Maar Jezus heeft volgens Johannes, maar ook volgens Paulus in Filipenzen 2, zijn god-heid afgelegd. Hij is mens geworden. Volledig, 100% mens. Wel een mens zoals God Hem ooit bedoeld had. Een tweede Adam. Jezus was dan ook “hiou tou anthropou: zoon van de mens”. Een woordgrapje want Adam betekent immers ook “mens”.

Maar niet meer dan dat. Jezus heeft voor of bij zijn verwekking zijn godzijn achter zich gelaten.

Gelukkig is het daar niet bij gebleven. Want Jezus is na zijn dood opgestaan. Daar heeft Hij, nog steeds mens, een verheerlijkt lichaam gekregen. En zo is Hij heen gegaan. Zoals in Filipenzen 2 staat is Hij vervolgens door God boven alles gesteld. Maar we zullen Hem denk ik weer terug zien als Mens met de tekenen van zijn offer nog zichtbaar. Gaaf is dat, als je er over nadenkt. Want God zal voorkomen dat we dat offer vergeten. Het zal dan ook zichtbaar zijn voor die mensen die Hem nog niet hebben aangenomen. “Ze zullen zien die ze gekruizigd hebben”. Misschien mogen ze Hem wel aanraken. Als dat helpt om ze over de streep te krijgen. Ik denk tot dat de laatste over de streep is. Zodat uiteindelijk de laatste vijand volledig zijn “prikkel” kwijt is: de dood.

Zodat uiteindelijk de overwinning door het offer van de Zoon van de Mens groter blijkt dan de zonde van Adam 1. Geweldig toch?

Groet,
Martien

Ps. sorry voor de technische, irrelevante introductie. Vergeet die maar gauw.

Saturday, January 19, 2008

Jezus, de Zoon van...

Het was de zondag na kerst dat mijn oog tijdens de schriftlezing viel op Lucas 3:23-38 - “Geslachtslijst van Jezus”. Meestal lezen we over dit soort delen heen. We vinden ze saai en wat kan er ook eigenlijk in staan? Wat wordt je daar nu wijzer van. Net zoals we de wetten in Leviticus en de bouw-beschrijvingen van de artikelen in de tempel links laten liggen.

Toch staan ze in de bijbel. En waarschijnlijk ook om ons iets duidelijk te maken. Dus voor de grap sla ik ze eens een keer niet over. In dit geval heb ik zelfs het Grieks er bij gepakt. En ik vond het nou eens werkelijk grappig om te lezen. We komen er namelijk een paar namen van Jezus tegen.

Het begint met de verkondiging dat Jezus zijn “carriere” begon op ongeveer dertig jarige leeftijd. Vervolgens staat er zoiets als dat Hij is bekend geworden als de zoon van Jozef. Ik heb wat geworsteld met het werkwoord dat er staat wat betekent “bekend geworden”. In de NBV is dat vertaald met “algemeen aangenomen”. Hij was niet de natuurlijke zoon van Jozef. Immers, we geloven dat Jezus is verwekt bij Maria door de Heilige Geest. Voor de Oosterling is het genoeg dat Jozef Hem als zoon heeft aangenomen. Dus dat “algemeen aangenomen”, vind ik wat te vaag. Het gaat hier wat verder dan dat Jezus door Jozef in huis is genomen en dat men veronderstelde dat Jozef wel de vader zou zijn. Nee, Jezus is door Jozef echt geadopteerd en als zoon aangenomen en daarmee opgenomen in de geslachtslijn.

Overigens was zijn natuurlijke moeder Maria ook Judeese en het is niet geheel onwaarschijnlijk (al heb ik dat niet geverifieerd) dat ook zij een nazaat was van David. Hoe dan ook, voor het vervolg van mijn verhaal doet het weinig af.

Het stuk gaat verder met dat Jozef zoon was van Eli, de zoon van Mattat, de zoon van Melchi, en zo verder. Veel namen die mij niet veel zeggen. Maar lees nu eens stug door en je komt langs het rijtje: “... de zoon van Natan, de zoon van David, 32 de zoon van Isaï, de zoon van Obed, de zoon van Boaz, ... ”.

Hé, die kennen we. We komen daar de eerste naam van Jezus tegen: zoon van David. Daarom is het wel belangrijk wat ik eerder vertelde: want doordat Jozef Jezus als zoon aan nam, wordt volgens deze geslachtslijn Jezus opgenomen in het nageslacht van David. Daarmee wordt door Jezus het koningschap van David hersteld. En blijkbaar was die lijn via Davids zoon Natan. Ik zou verwacht hebben dat Salomo in de lijn was opgenomen. Dus daar leren we weer wat van. Natan was een van de zonen van David die net als Salomo die in Jeruzalem is geboren (2 Sam 5).

Lezen we verder dan zien we dat Jezus de zoon was van Arni (niet die van GTST), en vervolgens “... , de zoon van Juda, 34 de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor, ...”. Hé, die kennen we ook. We zien hier de Judeese afkomst. Jezus was dus echt een Jood, een zoon van Jakob, Isaak en Abraham. Zo zijn wij in Jezus ook de geestelijke nakomelingen van Abraham. Ook wel uitgelegd als het nageslacht dat zal zijn “als de sterren”.

Nog een stukje verder lezend komen we uit op: “..., de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech, 37 de zoon van Metuselach, de zoon van Henoch, ...”. Nou, die kennen we ook. Wel logisch want bij Noach komt iedereen samen. Wel kun je hier ook uit opmaken dat de lijn vanuit Noach via zijn Zoon Sem door gaat. Over Lamech, Metuselach en Henoch kun je in Genesis ook wat verder lezen.

Tenslotte kom je met misschien je laatste restje lezers-adem uit op “..., de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.”. En daar wordt het helemaal interessant. We zien hier de dat Jezus via Set de zoon van Adam is. Eerder heb ik al eens geschreven over de naam van Jezus die we kennen als “de mensenzoon” of “de zoon des mensen”. Maar de tekstplaatsen die ik daar van ken zijn correcter te vertalen met “de zoon van de mens”. En dat is “grondtekstelijk” helemaal in lijn met dit geslachts register. Helemaal als je bedenkt dat “Adam” mens betekent. (Gen. 5:1 - “Toen God Adam schiep, de mens, maakte hij hem zo dat hij leek op God. “. Zo zien we dat Jezus de Zoon van de Mens is. Met de verwijzing “zoon van de mens” kon ook eigenlijk alleen maar Adam bedoeld worden. Verder vind ik het interessant om te zien dat Adam hier zoon van God wordt genoemd. De geslachtslijn volgend is Jezus via Adam Zoon van God, als ook via de verwekking door de Heilige Geest. Bijzonder hè?

Zo kan Jezus helemaal volledig het herstellende werk als “zoon van de mens” als “de tweede Adam” volbrengen. En krijgen we via Hem het recht om “kinderen van God” genoemd worden. Het is aan ons om dan ook op te groeien tot volwaardige Zonen van God. Hoe we dat doen? Nou wat dacht je van:

  • Wandelen met God, zoals Jezus' vader Henoch dat deed. Een lekker evangelische uitspraak die je wat mij betreft zelf verder mag invullen.

  • Bestuderen van God's woord (niet te verwarren met de Logos, een van Jezus' andere namen) en laten we dan zo'n leuk geslachtsregister niet overslaan....

  • Bij bestuderen hoort ook bediscussieren, van gedachten wisselen. Laten we dat op een Joodse manier doen: als broeders (en zusters) elkaars gedachten aanhoren en afwegen zonder elkaar te verketteren.

Dus, broer en zus in de Heer, kom gerust maar eens een bakkie doen.

Groet,
Martien van den Akker


Het bloed van de mens

Ik herinner mij een poster waarop alle namen van Jezus staan. Eén ervan is een bijzondere: “Zoon des mensen” of ook wel vertaald als “Mensenzoon”. Ik heb die titel zelf eigenlijk nooit goed begrepen. Jij wel? Waarom geeft Jezus zichzelf deze naam? Want als ik eerlijk ben: ik ben ook de zoon van mensen. Ik ben immers een mens en mijn vader en moeder ook. Al zouden sommige mensen durven beweren dat we “apen-zonen” zijn. Wat is er dan zo speciaal aan die naam dat Jezus die aan zichzelf gaf? Met wat fantasie kan ik er niet veel meer van maken dat Hij niet zomaar een mensenzoon was. Maar een mens zoals God die oorspronkelijk bedoeld had. Dè mens. Of om nadruk te leggen op het feit dat Hij niet alleen zoon van God was, maar juist zijn Goddelijkheid heeft afgelegd. Maar een echte theologische uitleg heb ik nog niet gehoord.

Begrepen de mensen om Hem heen het wel? Als je de tekstplaatsen op zoekt, dan blijkt dat in de meeste gevallen dat niet echt het geval is. In Mattheus 16 en 17 komt de naam 6 keer voor. De meeste keren is er niet echt een reactie. Bij de vraag ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’ (Mat 16:13) is het antwoord: “Johannes de Doper, Elia, Jeremia of een andere profeet”. De discipelen weten dan waarschijnlijk wel dat Jezus zichzelf bedoeld, maar bij de vraag aan hen, gebruikt hij die term weer niet. Lastig. Hadden ze het kunnen weten? Ik bedoel: Jezus sprak wel in raadselen, maar dan wel zo dat de mensen om Hem heen met een beetje nadenken het wel hadden kunnen bedenken. En dan moeten wij het toch ook kunnen snappen?

De term mensenzoon zullen ze vermoedelijk niet hebben gesnapt, net zo min als wij. En ik vermoed omdat het er eigenlijk niet staat! Wat er eigenlijk staat (en ik gebruik maar voor het gemak de Nederlandse letters) is: “Ton Hion tou anthropou”. Of te wel: “de Zoon van de mens” (3e persoon enkelvoud met lidwoord). Wie zou die “de mens” dan kunnen zijn? Nou eigenlijk kan er maar een zijn: “Adam”. De eerste mens. En als Jezus zichzelf de Zoon van Adam noemt, dan doelt Hij daarmee dat Hij de tweede Adam is. Hij maakt volkomen wat er met Adam onvolkomen was.

En deze term hadden de mensen om Jezus heen wel kunnen begrijpen. Hiermee maakt Jezus expliciet dat hij de beloofde Messias was. Degene die alles nieuw zou maken. En ja, dat is, ook voor de joden door de eeuwen heen, helaas lastig te accepteren. Het brengt ons bij de Jezus waarover het in 1 Kor. 15:22 gaat: “ Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.” En dat begrijp ik dan ook wel. Dan komt het bij mij weer op zijn plek.

Opmerkelijk vind ik eigenlijk ook wel dat Jezus juist deze naam vooral ook gebruikt in de aankondiging van zijn Lijden. Is dat belangrijk dan? Ik denk het wel. Het heeft denk ik iets te maken met de bovengenomende tekst. Namelijk, dat Jezus een “eersteling, een eerstgeborene is”.

Maar hoe werkt dat dan?

In het oude testament vloeide er nogal wat bloed met alle offers die aan God werden gedaan. In de Wet staan daar ook allerlei aanwijzingen voor. Is God dan zo bloed-eisend? Het is wel een moeite die mensen hebben met God. En als je leest wat Salomo aan dieren heeft “geslacht” bij de wijding van de Tempel, dan kun je ze haast geen ongelijk geven. Maar het gaat God denk ik niet om bloed op zich. In de bijbel staat bloed voor Leven. Vandaar dat de Joden geen bloed mogen eten. God wil toewijding van ons, Hij wil ons leven, liefde. Zonder die toewijding, zonder onze liefde, walgt Hij van die offers.

Je zou kunnen zeggen dat met dat plaatsvervangend bloed we ons leven toewijden. Maar het kan pas echt als we ons leven echt geven, dus niet plaatsvervangend. Of....

Waarom werden bij één van de Egyptische plagen alle eerst geboren jongens gedood? Omdat de eerstgeborene de rest vertegenwoordigt. Dus met het sterven van de eerste sterft, in hem eigenlijk ook de rest. En dat is dus de truuk van God. Jezus is de Zoon van de Mens, maar dan de eerste die echt was zoals God de mens bedoeld heeft. En Hij vertegenwoordigt dan ook alle andere kinderen van Adam (volgens mij niemand uitgezonderd). Dus in Zijn 100% toewijding, Zijn 100% Liefde, worden wij meegenomen. Goed hè?

Daarom kan Paulus ook Ef. 4 schrijven: “22 Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.” Die nieuwe mens, dat is de mens die staat onder de invloed van het “eerstgeboren” zijn van Jezus. We trekken Adam uit en trekken Jezus aan, logisch toch? Jezus, de eerstgeborene die echt geschapen is naar Gods bedoeling en leefde voor Gods Doel, om ons tot verzoening met Hem te brengen.

Wees dus ook een Nieuwe broer en zus van onze Heer. Want met het aantrekken van die nieuwe mens begint Hij steeds meer door ons heen zichtbaar te worden.

Friday, January 18, 2008

Wetenschap vs. Christus

Ik kreeg zojuist een leuke verhandeling toegemaild dat ik via google onder anderen terug vond op:
http://www.cwowfoundation.org/Science-Christ.html.
Aangezien ik zelf Technische Natuurkunde heb gestudeerd en ook wel fylosofisch ben aangelegd spreken de afwegingen mij wel aan. Toch heb ik er wel wat aan toe te voegen.

Er worden namelijk nogal wat on uitgesproken aannames gedaan.

Zoals zoveel westerlingen inclusief veel christenen gaat de professor er van uit van het onherroepelijke en definitieve einde van dit tijdperk en de absolute oneindigheid van het daarna komende tijdperk. Of je nu wel of niet in Jezus gelooft, er komt een eind aan dit leven. Voor zover ik weet is er geen mens of dier bekend die meer dan 150 jaar oud is en maar niet dood gaat. Voor Christenen is Jezus terugkeer ook een markering van het einde van een tijdperk, waarna een nieuwe begint. Maar volgens de bijbel komen er na dit tijdperk (tot Jezus' terug komst) minimaal nog twee tijdperken, waarvan over de eindigheid van de laatste (voor zover ik weet) niets bekend is. Daarover kun je in Openbaringen 19 - 22 meer lezen.

Daarbij wordt er verder vanuit gegaan dat alles wat in dit tijdperk hersteld is een toekomst heeft in het volgend tijdperk, maar alles wat in dit tijdperk niet wordt hersteld is ook definitief verloren is. Maar is God beperkt tot een bepaald tijdperk? Het is mij ook niet bekend dat Gods werk tot een bepaalde tijdperk beperkt is. Als het gaat om Gods verzoenings werk is de enige beperking die ik ken "En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren."(1 Korintiërs 15:28).

Ook wordt er vanuit gegaan dat al het "herstelwerk" moet plaatsvinden in dit leven, in dit tijdperk. Wie zegt dat de broer van de professor niet is genezen van kanker? Dat is hij niet als je uitgaat van het definitieve van dit leven en dat het het genezen zijn of niet beperkt wordt door dit leven. Maar is God niet een God van de levenden en de doden? Is hij niet de God van de gezonden en de zieken? Misschien mogen we wel veronderstellen dat God de broer van de professor genezen heeft door hem tot Zich te roepen. Is dat niet de ultieme genezing? Immers, we mogen toch geloven dat we na dit leven een verheerlijkt lichaam krijgen?

Tenslotte (alhoewel ik misschien nog wel e.e.a. laat liggen) wordt er door de professor er van uit gegaan, maar ook door de student dat we alles kunnen meten. Ten minste, de argumenten zijn daarop gebaseerd. Maar als je ergens een thermometer in steekt, heb je uitwisseling van energie. De thermometer neemt de temperatuur aan van het object waarvan je de temperatuur wilt meten. Dat betekent dat er energie overdracht is waardoor het te meten object een ietsepietsie kouder wordt en de thermometer warmer. Als je licht meet beinvloedt je de omgeving ook, immers de fotonen waar het licht uit bestaat vang je op in een fotocel, CCD-chip of ander licht-gevoelige-sensor. Die zet het licht om in electrische energie (een van de wetten van thermodynamica zegt dat er altijd energie verlies is in de vorm van warmte) en dat wordt dan weer gemeten. Maakt dat uit? Nou over het algemeen niet, tot dat je afdaalt tot de zelfde grootte orde als de energie overdracht van het te meten object naar de thermometer. Of als je afzonderlijke fotonen wilt tellen. Als je dus op het niveau van de Quantummechanica gaat zitten. Dan loop je tegen de grenzen aan van wat je kunt meten. Maar als we veronderstellen dat er een God is, laten we die dan beperkt zijn door de grenzen van de Quantummechanica? We veronderstellen toch ook dat Hij die juist gemaakt heeft? Dus als we God niet kunnen meten betekent dat dan dat Hij er niet is? Een wet uit de Quantummechanica die me nog enigszins is bijgebleven is de Onzekerheidstheorie van Heisenberg (corrigeer me als ik er naast zit): je kunt van een deeltje niet zowel precies weten waar het is als ook precies weten hoe snel het gaat. Het is een van beiden. Immers als je een deeltje meet moet je het deeltje beschieten met een ander deeltje of foton van dezelfde grootte orde en daarmee beinvloed je impliciet je meting.

Kortom, er worden nogal wat aannames gedaan. Dat is niet erg. Zolang je er maar eerlijk over bent. Je aannames en uitgangspunten geven de grenzen van je theorie aan. En eerlijk zijn daarover maakt je als wetenschapper krachtig en sterk.

Dat spreekt me aan in Darwin. En dat is nu net de reden dat ik het over mijn hart kon halen om me aan te sluiten bij het bedrijf Darwin-it professionals. Ook al geloof ik wel in evolutie maar niet in de evolutie theorie.

Friday, October 5, 2007

Wie is....?

Wie is....?
Al een aantal seizoenen brengt de Avro het programma “Wie is De Mol?” Ik houd over het algemeen niet zo van die real-life-soap programma’s waarin er steeds iemand weggestemd wordt. Programma’s als “Big Brother”, “De afvallers” of Gordon Ramsey’s “Hells Kitchen” boeien mij nauwelijks tot niet. “Expeditie Robinson” vind ik dan “wel aardig”, maar “Wie is De Mol?” vind ik echt leuk. In dat programma trekt een groep mensen, die elkaar tot dan toe nauwelijks of helemaal niet kenden een week of drie met elkaar op. Op reis door een vreemd land zijn ze op elkaar aangewezen en moeten ze opdrachten uitvoeren om geld voor in de pot te verdienen. De grap is dat hoewel ze als groep moeten opereren, er één deelnemer is die de boel probeert te versjtieren. De anderen moeten proberen te ontdekken wie die “Mol” is. Aan het eind van de serie blijven er drie personen over: de winnaar, de verliezer (of de tweede) en De Mol.
Dat groepsaspect vind ik leuk, ik vind het mooi hoe mensen met elkaar een klus/opdracht moeten zien te klaren. En dan tussendoor moeten puzzelen en aanwijzingen zoeken. Eigenlijk heb ik het daarmee altijd fout, maar omdat ik een groepsman ben, kan ik me er wel aardig in inleven.

Maar stel je nu voor dat Karel de Graaf (de presentator) Roderick (een van de deelnemers van de serie 2005/2006) de keuze zou geven: “Roderick jongen, deze club is waardeloos, we gaan met jou verder en dan beginnen we een nieuwe serie met nieuwe kandidaten”. Wat zou Roderick dan zeggen? Een moeilijke keuze waarbij hij dan de kansen om de pot te winnen zou moeten afwegen.

Zo was Mozes met het volk van God op pad. En in dat volk zaten verscheidene mollen. Eigenlijk krijg je hier en daar de indruk dat het een complete mollenfamilie was. En dan lijkt God er genoeg van krijgen en stelt aan Mozes voor, “kerel, ga maar eens even opzij, dan gooi ik die club aan de kant en begin ik met jou overnieuw!”. Wat zou jij zeggen, in de plaats van Mozes?

Bij mij komen er zo wat “ontdeugende” vragen omhoog. Zoals, wat nu als Mozes ‘Ok’ had gezegd? Wat had God dan gedaan? Had God dan inderdaad het volk Israël aan de kant gezet? Hij had het kunnen doen, immers Mozes is een nazaat van Abraham en het nageslacht van Mozes is ook dat van Abraham. Theo-Juridisch niets aan de hand, toch? God had het volk aan de kant kunnen zetten en toch de beloftes aan Abraham min of meer gestand doen.
Aan de andere kant: dan zou een aanzienlijk deel van Abrahams nageslacht aan de kant worden gezet en niet tot hun doel komen.

Is God hier dan met Mozes aan het onderhandelen? Ogenschijnlijk laat God hier een vreemd beeld van zichzelf zien, als je het mij vraagt. God lijkt hier wat mij betreft wel heel ongeduldig. Een God met een kort lontje? Hoe dat zo, vraag je jezelf af?
Vanaf hoofdstuk 19 lees je in Exodus hoe God zijn verbond met Israël aan ging. Dan lees je tot en moet hoofdstuk 24 over allerlei “levens-voorschriften”, of te wel de spelregels van het spel “Wie is een Israëliet, wie is niet een Mol?”. Vanaf hoofdstuk 25 tot en met 31 lees je dat Mozes 40 dagen en nachten bij God op de Sinaï is. Daar kreeg hij de voorschriften voor de tempel/tabernakel en priesterdienst. Je kan zeggen de spelregels over het leven met God terwijl in hoofdstuk 19 tot en met 24 het gaat over de spelregels over het leven onderling. In totaal 12 hoofdstukken spelregels en meteen als het fout gaat, wil God het “weerspannige volk” aan de kant schuiven.

Dan zie je dat Mozes voor het volk en voor de Naam van God op de bres gaat staan. Hij liet het niet over zijn kant gaan en ging niet akkoord met Gods voorstel. In tegendeel: hij laat God zien dat Hij het niet kon maken! Wat zouden de Egyptenaren er wel niet van zeggen? Ging God hier met Mozes in discussie? Heeft God hier Mozes nodig om pas op de plaats te maken? Laat God zich hier gaan en heeft Hij zichzelf niet in de hand? Als dat zo is, kunnen wij God dan wel vertrouwen? Want wie verzekert ons dat God ons niet weer zat wordt?

Ik ben geneigd te denken dat we het anders moeten zien. Antropomorfisch gezien (naar de mens gesproken, menselijkerwijs gezien) was God het zat en liet Hij zo aan Mozes zien dat dit toch niet Zijn idee is van heiliging. En dat Hij Theo-juridisch in zijn recht staat om het vo
lk aan de kant te zetten. Iets wat Hij later ook wel deed met de ballingschappen. Maar Hij geeft Mozes ook de kans te laten zien dat hij door heeft wat Gods plannen zijn, wat in Gods hart leeft. Want God heeft alles in de hand en heeft al vanaf de grondlegging van de wereldtijden (aionen) een vastomlijnd plan waarin Israël nog een belangrijke zegenrijke rol te vervullen heeft.

Mozes sprong hier in eerste instantie voor zijn volk in de bres. Ik geef toe, de analogie met “wie is de mol?” gaat aan alle kanten mank.Ik weet echter een analogie die niet mank gaat. Mozes laat hier alvast een afspiegeling zien van het werk van onze Here Jezus. Die ook voor zijn broeders op de bres ging en daardoor heen ook voor ons! Mozes werd hier ook door zijn broeders in de steek gelaten. Zelfs zijn broer Aäron, zijn woordvoerder, zijn spreekbuis liet het afweten. Daar waar hij de zaken van Mozes had moeten behartigen en leiderschap had moeten tonen, ziet hij zich overdonderd door het volk. Opvallend is dat hij geen woord van tegenspraak uitte, maar op de vraag naar een beeld gelijk toestemt en met een plan komt. Wellicht met de gedachte: “die sieraden brengen ze niet op, daar zullen ze wel niet mee komen”. Maar toen ze dat wel deden, kon hij, naar zijn gevoel, niet meer terug.

Voor dat volk sprong Mozes in de bres en liet hij zien dat de opleiding van 2 keer 40 jaar die hij van God had gekregen zin heeft gehad: Mozes heeft door wat in Gods hart is.

Wat we in mijn ogen niet moeten vergeten is dat Oordeel bij God altijd gepaard gaat met Genade. Ook Gods straffen en Zijn oordelen komen voort uit zijn reinigende Liefde. Hij ontmaskert zo de Mol die in ons allemaal is. Dat is onze oude mens die Hij vernietigt. Zodat in ons de mens naar voren kan komen zoals Hij ons elk bedoeld heeft. Laat hem daarom ons onze mollenstreken alvast maar afleren. Dat scheelt alleen maar weer.

De God van het ultieme geluk

De God van het Ultieme Geluk

Ik houd nog al van onconventionele muziek. De “Stock, Aitken en Waterman” muziek uit de jaren tachtig is aan mij niet besteed. Evenals de DJ-Deuntjes uit de jaren negentig. Ik houd meer van symfonische, uitgecomponeerde muziek met stoere opbouwen naar climaxen toe. Vooral Jean Michel Jarre is mijn favoriet. Maar ook The Art of Noise, die nogal eens een vliegtuig door je hoofd lieten gaan. Kraftwerk is ook wel leuk met sterke teksten als “Boing Boom Tschak”. In elk geval hoeft het voor mij niet noodzakelijk met zang te zijn. Vaak liever niet zelfs. Dan hoef je je ook niet te ergeren aan simpele rijmelarijtjes.

Mede omdat ik in mijn tienertijd wel een aardige muziek opleiding heb gehad, ik heb bijvoorbeeld ook havo-eind-examen in muziek gedaan, kun je me aardig op de kast krijgen door te zeggen dat mijn muziekkeuze slecht is. Vooral als je zelf de gemiddelde top-40-muziek als het summum beschouwt.


Toch kan ik me goed herinneren dat ik in ’89 de LP (dat had je toen nog) Revolutions van J.M. Jarre kocht en voor het eerst beluisterde. Ik kon er niet meteen mee uit de voeten. De ritmes klonken onwennig en de melodie-partijen waren “orenschijnlijk” erg onsamenhangend. Maar na een aantal keren beluisteren ging ik dingen herkennen. En viel een en ander op zijn plaats waardoor het in mijn oren toch een van Jean Michel’s juweeltjes werd.

Iets vergelijkbaars had ik met Santana. Toen ik een bandje kreeg met de dubbelaar “Moonflower” kreeg, vond ik het maar niks. Maar als je alleen maar een schreeuwende gitaar blijft horen, dan blijf je het niks vinden. Je moet de muziek je eigen maken en partijen leren onderscheiden. Je moet zeker bij Jarre hoofdpartijen en bij-partijen leren onderscheiden, vooral omdat ze bij hem uitwisselbaar zijn. Hij speelt vaak op een fuga-manier met partijen: een hoofdpartij wordt na een paar herhalingen vaak een bijpartij en andersom komen bijpartijen in eens naar voren..Bij Santana moet je af van het idee “scheurende gitaar”, maar het instument als een melodie-instrument leren kennen.


Deze zomer (in 2006) leerde ik een leuke kerel kennen, Dennis. Dennis geloofde niet in God, met als belangrijkste argument het lijden in de wereld. Als er een liefdevolle God bestaat, waarom laat hij dan al dat lijden toe? Dat is voor hem ondenkbaar. Dit is een veel gehoord argument en hij lijkt nog valide ook, op het eerste gezicht. Want God heeft toch het beste met ons voor? Als al dit lijden er dan toch is, dan bestaat Hij niet. Of Hij bestaat stiekum toch, maar dan accepteer ik Hem zo niet.


Is dit argument nu eigenlijk wel zo gerechtvaardigd? Is het wel echt op zijn plaats? Laten we voor het gemak eens aannemen dat God wel bestaat. En dat Hij in staat is om een wereld zonder lijden te scheppen. Een wereld waarin we als vrije mensen kunnen leven zonder pijn en verdriet en zonder verveldende voorgeschiedenis. Kan dat? Bereikt Hij daar Zijn doel mee? Hoe vrij zijn we dan, hoe vrij in onze wil zijn we dan?


Traditioneel geloven we als Christenen dat de mens de zonde in de wereld heeft gebracht. Dat er een “zondeval” is, we zijn gevallen, gestruikeld in de zonde. En dat de gebrokenheid van de wereld daar het gevolg van is. God is vervolgens aan het redden wat er te redden valt. En probeert te werken naar een toekomst waarin het met in elk geval een deel van de schepping en de mensheid toch nog goed komt.


Uiteraard geloof ik dat God bestaat. En ik geloof zeker en vast dat Hij ook tot zijn einddoel komt met héél zijn schepping. Maar ik geloof ook dat we door pijn en frustratie leren om onszelf te worden. Net als dat je moet leren om in complexere muziek de partijen te onderscheiden, hebben we pijn en frustratie nodig om te onderscheiden wie we zijn, wat de grens is tussen mijn individuele ik en die van de mensen om mij heen. En dat voordat we leren om elkaar Lief te hebben. Ik zie dat bijvoorbeeld ook in de frustraties die onze kinderen mee maken in de beperktheid van hun kunnen. Zo leren we te onderscheiden wat goed is en niet goed, en om uiteindelijk het ultieme geluk in de Liefde van God te leren kennen. Want dat Geluk kennen we pas ten volle als we dat hebben kunnen onderscheiden van de narigheid van het kwaad.


Zou het daarom niet zo kunnen zijn dat God van te voren een plan heeft bedacht om te komen tot een wereld zonder lijden en met het ultieme samenbindende geluk van Zijn Liefde? En dat Hij daarom de mensheid door de moeite en pijn heen leidt? Zou het niet kunnen zijn dat God Adam en Eva in die situatie heeft gebracht, waarbij Hij zich niet afvroeg òf het zou gebeuren, maar wannèèr het zou gebeuren? Dan zie ik een God die alles in zijn hand heeft en niet redt wat er te redden valt, maar een pad heeft uitgestippeld door moeiten en lijden heen. Maar wel naar Zijn grote einddoel. Waarin alles in Hem zal zijn. En waarin we allemaal met alle kennis die we van Hem hebben vrij en hartelijk voor Zijn Liefde kiezen. Dat is in elk geval de God waar ik voor wil gaan.


Ik besef overigens wel dat ik in dit artikel niet een verklaring heb gegeven voor alle lijden in de wereld. Voor zover dat mogelijk is zou daar meer voor nodig zijn dan een enkel artikel. Voor mij is deze gedachte echter wel een ingang tot het begrijpen van God en waar Hij met ons naar toe werkt. En die deel ik dan ook graag.